Winkelmandje

 

Dit boek is uitsluitend verkrijgbaar via www.hoera-ik-eet.nl

HOERA, IK EET!

In 2008 verscheen het boek Hoera, ik eet, geschreven door de logopedistes Eveline Leeuwenburg en Clairette van der Weerd. Zij houden zich beiden als preverbaal logopedist bezig met de behandeling van kinderen met eet- en drinkproblemen. Het boekje is bedoeld voor ouders en hulpverleners van baby's en jonge kinderen met eet- en drinkproblemen. Er worden praktische adviezen in gegeven, onder meer voor prematuur geboren kinderen. Bovendien staan er diverse probeer-het-zelf opdrachten in. Voor ons als ouders van couveusekinderen is het een zeer interessant boek en daarom wil ik jullie een kijkje in het boek gunnen.

De laatste jaren is duidelijk geworden dat eetproblemen bij jonge kinderen het beste te behandelen zijn met een multidisciplinaire aanpak waarbij bijvoorbeeld professionals als een kinderarts, diëtist, logopedist en psycholoog samenwerken. Bij een baby met eetproblemen is het goed om al in een vroeg stadium een preverbaal logopedist in te schakelen, zodat die een behandelingsadvies kan geven die onder begeleiding wordt uitgevoerd. Dit kan zowel in het ziekenhuis als thuis gedaan worden.

Een goede coördinatie van ademhalen, zuigen en slikken

Premature kinderen krijgen meestal sondevoeding totdat ze 33 tot 37 weken oud zijn. Als het kind stabiel is en er aanwijzingen zijn dat het kind zelf kan drinken, bijvoorbeeld door goed te zuigen op een fopspeentje, kan er rond de 34 weken geprobeerd worden om met fles- of borstvoeding te beginnen. Het is daarbij erg belangrijk dat het kind een goede coördinatie heeft tussen ademhalen, zuigen en slikken, anders zal het zich gaan verslikken.

Als het zuigen niet lukt, kan dat verschillende oorzaken hebben. Enkele oorzaken die de schrijfsters noemen zijn:
-Het zuigen vraagt teveel energie, de baby is nog te zwak en valt in slaap of gaat kokhalzen.
-Er is teveel onrust in de omgeving van de baby waardoor het zich kan verslikken en het kan gaan kokhalzen.
-BPD (Broncho Pulmonale Dysplasie) kan de coördinatie van het ademhalen, zuigen en slikken belemmeren, de baby kan zich daardoor verslikken.

Als het kind met andere mondfuncties, zoals lepelvoeding, kauwen en drinken uit een beker, aan de slag gaat, is het van belang om rekening te houden met de gecorrigeerde leeftijd. Je kan het beste de leeftijd van de prematuur corrigeren tot het de leeftijd van een jaar bereikt heeft. Het mag nog geen bijvoeding krijgen als de mondmotoriek daar niet aan toe is. Toch kan bij sommige couveusekinderen wel iets eerder worden begonnen met het aanbieden van vaste voeding dan dat de gecorrigeerde leeftijd. Het kind geeft dat dan zelf duidelijk aan, bijvoorbeeld door speelgoed in de mond te stoppen en de indruk te geven aan iets nieuws toe te zijn. In dat geval kan je voorzichtig proberen een paar hapjes lepelvoeding te geven.

Het leren kauwen of het eten van stukjes kan soms problemen opleveren bij prematuren, ze kunnen er door gaan kokhalzen. Dit kan de motivatie van het kind om te leren kauwen negatief beïnvloeden. De schrijfsters geven het advies om niet te vroeg te beginnen met het aanbieden van voeding dat gekauwd moet worden.

Houding

Bij eet- en drinkproblemen kan de houding van de baby van invloed zijn op de mondmotoriek, het slikken en het verslikken. Door het verbeteren van de houding kan het eten en drinken beter gaan en het verslikken minder worden. Ook de houding van degene die de baby voedt kan invloed hebben. Daarom wordt er in het boek beschreven wat je aan de houding van de baby of aan je eigen houding kan verbeteren.

Enkele van de geadviseerde houdingen zal ik hieronder beschrijven, met een foto ter verduidelijking:
De Schwester Liselotte houding waarbij de baby op schoot ligt op een kussen, recht of schuin voor degene die de fles geeft. De voeten van de flesgever rusten op een krukje. De hoogte van het krukje bepaalt de houding van het kind, hoe hoger de kruk, hoe meer de baby overeind zit en hoe meer de heupen gebogen zijn. Ligt de baby schuin voor je dan  kan je goed zien wat de baby tijdens het drinken doet.  Deze houding is prettig voor baby’s met longproblemen omdat de longen zo de meeste ruimte hebben.




Als de baby erg onrustig is tijdens de borst- of flesvoeding, kan inbakeren een oplossing zijn. De baby wordt daarbij stevig in een doek gewikkeld, waarbij de armpjes tegen het lijfje worden gehouden. Door de druk van de doek voelt de baby zich veilig en krijgt het meer rust. Baby’s met longproblemen of baby’s die last hebben van reflux mogen juist niet ingebakerd worden.



Als de baby bijvoeding mag hebben, wordt er geadviseerd om dit van begin af aan te geven  in een wipstoeltje.  Zo kan je goed zien wat het kind tijdens het voeden doet. Met behulp van een handdoekje kan de wipstoel aangepast worden. Zo kan een handdoekje onder de bovenbeentjes helpen bij een kind dat zich te veel strekt. Door middel van twee opgerolde handdoeken aan beide zijden van de romp wordt het kind gesteund zodat het niet kan wegzakken. Een opgerold handdoekje achter het hoofd zorgt ervoor dat het een ‘lange nek’ krijgt zodat het zich minder snel verslikt.

Voor meer en uitgebreidere adviezen kun je het beste het boekje lezen. Onderaan dit artrikel is te lezen hoe je Hoera, ik eet! kunt bestellen.

Zuigen

Na de geboorte is zuigen een van de eerste dingen die een baby kan en is één van de voorwaarden om in leven te blijven. Het karakter van de baby speelt een rol bij het leren drinken., speelt. De één zuigt in korte tijd de fles leeg, terwijl een ander pas drinkt als hij aangeeft dat hij honger heeft en weer een ander neemt er uitgebreid te tijd voor.

In de eerste drie maanden veranderen de voedingsreflexen door rijping van de hersenen en het zenuwstelsel. Daardoor gaat het reflexmatig zuigen langzamerhand over in willekeurig zuigen. De baby  krijgt in de gaten hoe het zuigen werkt en kan nu nog beter gaan bepalen op welk moment het wil drinken. De schrijfsters adviseren  moeders die over willen schakelen van borst- naar flesvoeding, om daar al voor de leeftijd van drie maanden een begin mee te maken. De baby zit dan namelijk nog niet in de fase van het willekeurig zuigen en kan dan ook  nog goed leren om zowel uit de borst als uit de fles te drinken.

Bij de geboorte heeft de baby naast de voedingsreflexen ook twee beschermingsreacties:  kokhalzen en hoesten. Als de baby niet kan of wil zuigen, maar er wordt toch iets in de mond gestopt, dan gaat het ter bescherming van de luchtwegen ,kokhalzen. Het is dus goed om hier alert op te zijn. Er worden door de schrijfsters diverse  problemen opgenoemd die zich tijdens het zuigen kunnen voordoen, bijvoorbeeld strekken  bewegingsonrust, verslikken, te veel lucht slikken tijdens het drinken, wel sabbelen maar niet zuigen, voeding teruggeven. In het boek worden een aantal adviezen gegeven bij het kiezen van een speen.  Zo is een zachte soepele speen prettig voor baby’s met weinig zuigkracht, maar een baby die erg krachtig zuigt waardoor de speen dichtklapt heeft liever een stugge speen.  Ook tips over de fles en over de samenstelling van de voeding komen aan bod. Bovendien worden er enkele technieken bij borst- en flesvoeding besproken. Sommige baby’s gaan bijvoorbeeld kokhalzen zodra de speen of tepel in de mond komt. Dit kan je voorkomen door de speen of tepel tegen de lippen van de baby aan te leggen en te wachten tot de baby actief wordt en uit zichzelf de speen of tepel naar binnen zuigt. Zo wordt de kokhalsreactie onderdrukt.

Sondevoeding

Sondevoeding kan soms tijdelijk nodig zijn (van enkele dagen tot enkele weken) , maar er zijn kinderen die langdurig een sonde nodig hebben (soms maanden tot jaren). Als een kind een korte periode sondevoeding krijgt, wat bij couveusekinderen meestal het geval is, heeft dat geen blijvende invloed op de mondmotoriek. Zodra het kind genoeg energie heeft of goed genoeg kan zuigen, zal het minder sondevoeding nodig hebben en overgaan op zelf eten en drinken. Soms moet een kind sondevoeding krijgen omdat het drinken te moeizaam gaat, te veel tijd vraagt en teveel stress geeft of omdat het te veel risico’s als vaak verslikken geeft. Met sondevoeding krijgt het kind toch voldoende voeding en neemt de druk op de eetsituatie af.

Bij langdurige sondevoeding kan het kind de kans missen om op een natuurlijke manier ervaring op te doen met voeding in de mond. Het is de vraag of dat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van de mondfuncties. De schrijfsters zijn van mening dat het zeker niet goed is om onnatuurlijke prikkels van buitenaf op te dringen, zoals mondspelletjes of stimulatietechnieken, ze kunnen zelfs averechts werken. Een fopspeentje aanbieden is wel goed. In het boek worden een aantal adviezen gegeven om sondevoeding af te bouwen, hoewel dat meestal geen problemen geeft. Met behulp van een plan van aanpak zal het afbouwen het beste gaan, maar in het boek kan je daar uitgebreid over lezen. 

Als je meer informatie over dit zeer bruikbare boek wilt hebben, raadpleeg dan de site: www.hoera-ik-eet.nl Het boek Hoera, ik eet is uitsluitend via deze site te bestellen, voor 12.95 excl. verzendkosten.


Barbera Veul, hoofdredactrice Kleine Maatjes.


Powered by SPMCMS ©2010 | sitemap
DHTML JavaScript Menu Courtesy of Milonic.com