Voor mijn liefste kleine meisje

Ruim vijf jaar geleden maakte jij ons trotse papa en mama. Daaraan denk ik nu terug. Dat ik de avond van tevoren nog uit eten was geweest, we gegrapt hebben over mijn dikke toeter, maar ik toch zeker tien weken te gaan had. Dat wij ‘s avonds nog een laatste hand legden aan de geboortekaartjes en we nu wel uit de namen waren. Dat we gewoon gingen slapen. Dat ik dacht dat ik naar het toilet moest, nog even bleef liggen, maar plots naast mijn bed stond met “het moet niet gekker worden, nu ga ik ook nog in bed plassen.”

Toen ik opstond, zag ik dat het overduidelijk vruchtwater was. Je papa stond meteen aan; ik kwam in een flow van ‘stap voor stap kijken wat te doen’. Eerst het ziekenhuis bellen. Die zeiden dat we moesten komen. Ze wilden controleren of het echt vruchtwater was (nou, dat was meer dan duidelijk). Toen spulletjes pakken en naar het ziekenhuis gaan.

Ik weet nog dat ik bedacht dat ik iets onder mij in de auto moesten leggen. Dat ik me schaamde omdat de hele rolstoel kletsnat was en ik plots halfnaakt op een bed lag. Dat er voor ik het wist een longrijpingsprik in me zat en ik door de ambulancebroeders naar het academische ziekenhuis werd gebracht. Ze adviseerden papa om voor de zekerheid nog even het fototoestel op te halen.

Hele gesprekken had ik met de ambulancebroeders: over hun en mijn werk, ik zat er tenslotte nog middenin. O ja, af en toe voelde ik wat druk. Stap voor stap probeerden ze in het ziekenhuis je geboorte uit te stellen en ik zat in zo’n flow, dat ik niet besefte wat een te vroege bevalling voor consequenties zou kunnen hebben. Ik heb daar ook niets over gehoord, terwijl daar kennelijk wel iets over gezegd is.

Ik voelde alleen maar een toenemende drang om te lopen en dat het steeds meer pijn ging doen. Dat ik geen ruggenprik wilde, maar later toch wel. Dat ik bij het rechtop zitten een golf van weeën kreeg en je binnen een uur geboren zou worden. Ik herinner me goed dat ze zeiden dat je waarschijnlijk direct meegenomen zou moeten worden. Ik moest daar heel hard om huilen, ik snapte dat toen even niet. En nu snap ik niet dat ik dat toen niet kon plaatsen.

Alleen naar je papa kon ik nog luisteren en ineens was je daar. Ik weet dat je zo hard huilde, dat ze je toch even op mijn buik legden, heel even. Dat papa toen de navelstreng doorknipte. Dat ik nog vroeg of je een jongen of een meisje was (we wilden je geslacht vooraf niet weten) en we je naam voor het eerst noemden. En weg waren jullie. Dat was zo verschrikkelijk raar.

Ik stuiterde alle kanten op, ik was moeder geworden! Alleen moest mijn moederkoek er nog uit en terwijl ik nog gecontroleerd werd en ze lichte ‘herstelwerkzaamheden’ deden, ging ik mensen bellen. Niet bedenkende dat ik mensen zou verrassen en shockeren. Maar ja, jij was er en je had een goede start. Pas veel later op de dag hoorde ik hoe zwaar je was: 1385 gram.

Wat voelde ik me gehoord toen de verpleging zei dat je oogde als een dertig-weker in plaats van de geschatte 29 weken. Daar had ik in begin van de zwangerschap nog met de verloskundige over gesteggeld omdat ik vond dat we daarover zelf nauwkeuriger iets konden zeggen dan die cursor op dat scherm. Waar anderen zich druk maakten of je het goed bleef doen, maakte ik me druk omdat je nog geen naambandje om had.

Ik voelde zoveel vertrouwen tussen ons, dat ik daarmee recht tegenover je papa heb gestaan. Die was heel bang dat het anders zou lopen dan we in gedachten hadden, we zouden je ook kunnen verliezen. Terwijl ik het belangrijk vond dat je dat vertrouwen van ons als ouders zou voelen, want waar moest je het anders voor doen? Over overlevingsmodus gesproken. Pas naderhand ben ik me gaan realiseren dat het allemaal ook anders had kunnen lopen. Ook het verwerken van deze periode is bij mij veel later gekomen en komt soms nog in etappes langs.


Al vanaf het begin was je pittig en sterk. Je deed het goed, groeide goed, ademde goed en daardoor was er toch genoeg ruimte om van je te genieten. En bij het terug frummelen van je oortjes grapten we of je elfenoortjes wilde of oortjes voor grote oorbellen. Wat niet wegneemt dat ik het verschrikkelijk vond om je telkens in de couveuse achter te moeten laten. Ik kon erg genieten van het buidelen, ook als je dat bij papa deed, maar tegelijk had ik je stiekem liever zelf willen knuffelen.

Weet je dat ik zo blij was met de camera boven je, zodat we voor het slapengaan nog even naar je konden kijken of je ‘s ochtends alvast konden zien. We zagen dat je ondanks alle slangetjes bepaalde bewegingen maakte waardoor ik wist dat je bij ons hoorde. Ik herinner me nog het kolven van de melk die daarna in die ieniemienie-spuitjes ging. Zo kon ik wat extra’s voor je doen.

En dan al die piepjes op de afdeling, die onrust. We zagen artsen voorbij rennen voor andere kindjes en daar probeerden we ons voor af te sluiten. De liefdevolle verpleging die blij was dat je al na een week naar ons eigen ziekenhuis mocht, hoewel dat ook betekende dat we ‘s nachts verder weg van je waren. Wat moest ik elke avond huilen als we naar huis gingen zonder jou. Dat voelde verschrikkelijk.

De overgang was groot, van zoveel piepjes en monitors naar veel meer rust. Fijn, maar ook erg wennen. En elke keer dat schrikken als er weer een alarmpje afging. Maar je bleef mooi groeien en we hadden lieve mensen en hele lieve verpleegkundigen om ons heen. Weet je nog de eerste keer dat je vastgehouden mocht worden door je opa’s en oma, je tante? Hoe bijzonder dat was?

Toen mocht je mee naar huis. Fijn, maar ook spannend. Het was grappig te zien hoe klein je was naast het zoontje van een vriendin die twee dagen later dan jij geboren was, maar wel op tijd. En dat je nu een stuk langer bent. Het was moeilijk om te merken dat mensen soms niet stilstonden bij onze vraag om bij een verkoudheid hun kraambezoek te verzetten. Je was immers nog kwetsbaar. En lastig om dat schattige kleintje in de wandelwagen weg te houden bij nieuwsgierige vreemden. Maar wat was je een sterk en vrolijk meisje.

We zijn dik vijf jaar later. Jij bent en blijft mijn ieniemieniedraakje en bent een heuse kleuter met alles wat erbij hoort. Vandaag vieren we al je mooie eigenschappen. Je houdt van bewegen, dansen, zingen, grapjes maken, knutselen, bakken, bloemen, dieren (je zet voor mama zelfs de spinnen buiten!), spelen met je vriendjes, boekjes lezen, toneelspelen, en allerlei dingen fantaseren. Het liefst alles tegelijk.

Daarnaast ben je de allerliefste grote zus die je broertje zich maar kan wensen en je bent heel zorgzaam voor anderen. En als we dan één eigenschap moeten kiezen waar jij helemaal in uitblinkt? Dan is het dat jij vooral heel goed bent in gewoon jezelf zijn en dat is zo ontzettend mooi. Lief meisje, ik wens dat je dat altijd mag behouden. Ik hou van je, oneindig veel! Dikke kus, mama.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0