De prematurenboot

Wij hebben geen haan maar een Milo aan boord. Ik denk dat hij het kraaien, of ja, gillen is misschien passender, van Liv heeft geleerd. Liv is zijn medeprematuur: ze delen samen twee keer per week onze superoppas Bianca. Dat is zo gegroeid: het ziekenhuis raadt het eerste jaar reguliere kinderdagopvang af, en dan moet je toch wat als je ook weer eens geld wilt gaan verdienen. ‘De prematurenboot’ noemt Astrid, moeder van Liv, onze minikinderdagopvang.

Liv was er al met 28 weken en ze is een prachtig klein meisje, dat veel wijzer kijkt dan haar kleine lijfje suggereert. Hoeveel ouder Milo is, vind ik altijd lastig te berekenen, of wacht, ik probeer het: Liv is geboren op 24 juli in plaats van 13 oktober en Milo is geboren 13 mei in plaats van 18 augustus. Ze schelen dus in het echt iets meer dan twee maanden, en gecorrigeerd bijna twee maanden.

Hoe dan ook, Milo is Livs’ voorbeeld en andersom. Als hij zich optrekt, doet zij dat ook. Als hij met zijn neus eerst tegen de rand van de tafel opbotst, volgt zij hem gedwee. Als zij heel precies met al haar vingertjes ter inspectie een lepeltje van de grond raapt, dan mept Milo zijn vuistje op een vork, in een iets minder elegante kopieerpoging.

En Milo gilt dus solidair met Liv mee. Twee kleine sirenes, die lekker lawaai maken als ze honger hebben, als ze getild, verschoond, of bemelkt willen worden. Soms wordt daarbij ook nog in de handen geklapt. Het is geweldig om thuis te komen en ze als een komisch duo te zien stralen. Van die momenten waarop je de tijd stop wilt zetten.

Nu gaan we voor het eerst een hele maand met het gezin op vakantie – en ik ben nu al bezig met sites afzoeken over hoe dat moet: met een hyperactieve minitank een uur of elf in een vliegtuig. Oordopjes voor alle medepassagiers, dat lijkt me nog de beste oplossing.

Na de vakantie is er een nieuw ijkpunt: dan is Milo ook volgens zijn uitgerekende datum één jaar oud. Dan mag hij nog een rondje ziekenhuizen om te kijken of hij klopt met de voorgeschreven maten, maar ik denk dat het niet zo’n probleem gaat zijn: hij eet de hele dag door. Hij slaapt (bijna) de hele nacht en zijn vocabulaire bevat de woorden: Tie! Teez en Oooooh. Voeg daar een fanatiek wijzend vingertje aan toe en je hebt je gemiddelde eenjarige baby. Met één jaar mag hij naar een crèche, naar een gastouder, wat we maar willen. Met één is hij een vrij-baby.

Dus wat gaan we doen? Er wordt nogal wat nadruk op de ‘socialisatie’ gelegd en ik weet niet of één medeprematuur dan voldoende is. Sturen we Milo naar de kinderdagopvang? In het najaar, als alle virussen zich voor een feestje opmaken? Een gastoudergezin? Met vier kindjes die je niet kent in een kindvriendelijk huis? Of toch nog wat langer met lieve Liv op de prematurenboot?

Misschien kunnen we nog een stapje verder gaan: bouw ik de boot om tot ‘prematurenopvang’. Nu overal de kinderdagopvang failliet gaat wegens wanbeleid, lijkt het een uitstekend moment om zo’n onderneming te starten. Laat ze maar komen, die vroege kindjes. Al was het maar voor mezelf, want ik merk dat ik het fijn vind om met ouders van medeprematuren te praten. Ik voel verwantschap. En dan niet eens zozeer door hun ziekenhuisverhalen of hun vliegtuigtips. Niet de zorgen over latere ontwikkeling of de taboes van de liefde voor een couveusekind. Het is vooral de stilte tussen de woorden door. Die versta ik namelijk. Zelfs als er doorheen wordt gegild.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0