Een verhaal van hoop. 

Door Casper

Toen mijn moeder in de vorige Kleine Maatjes de oproep las voor eigen verhalen van opgroeiende couveusekinderen, vroeg ze aan mij: “Is dat niet wat voor jou om daar iets over te schrijven?” In eerste instantie leek me dat wat raar, want ik heb niet het idee dat mijn vroeggeboorte heel erg van invloed is geweest op mijn verdere leventje. Ja, wel op mijn – pakweg – eerste zes levensjaren, maar daarna niet Meer. “Maar daarom is het juist goed dat je gaat schrijven. Dan zien couveuseouders dat zo’n moeilijke start niet altijd iemands leven negatief hoeft te beïnvloeden”, zei mijn moeder. Ze heeft gelijk en vandaar dat je hier ons verhaal kunt lezen, wat ik opschrijf met behulp van mijn moeder die zich sommige dingen nog heel gedetailleerd weet te herinneren. Zo willen we andere couveuseouders een hart onder de riem te steken. En dat terwijl ik ben geboren in een tijd dat de kennis en wetenschap over prematuren een stuk minder goed was dan nu en men minder goede technieken had. Een verhaal van hoop dus.

Ik werd geboren in september 1994 na een zeer moeizaam verlopen zwangerschap. Mijn moeder werd al met 22 weken opgenomen in het ziekenhuis en nadat ze zeven weken lang af en aan aan de weeënremmers lag, was haar lichaam het zat en was de bevalling niet meer tegen te houden. Omdat mij moeder longrijpingsprikken had gekregen en omdat ik voor die termijn (29 weken) een goed geboortegewicht had (ruim 1200 gram), had ik een relatief goede start. Ik hoefde niet aan de volledige beademing en kreeg ‘slechts’ ademhalingsondersteuning.

De schrik was daarom groot toen uit een scan bleek dat er sporen waren van een hersenbloeding. Hoe groot die was en of die schadelijke gevolgen zou hebben, daar konden de artsen niets over zeggen. Verder kreeg ik te maken met twee infecties die echter goed te behandelen waren met antibiotica. En toen ik later weer een hersenscan kreeg, was er bijna niets meer te zien van de hersenbloeding.

Thuisgekomen bleek ik heel erg te overstrekken en ik huilde heel veel, dag en nacht. Ik was echter stil als ik in een draagdoek mocht, dus mijn ouders hebben daar veel mee rondgelopen. Ook zorgden ze voor veel huid-op-huid-contact omdat dit goed voelde voor hen. Ik werd dan duidelijk rustiger. Het is mooi dat inmiddels bewezen is dat dat ook echt goed is voor onder meer de hersenontwikkeling van baby’s. Mijn ouders waren hun tijd dus ver vooruit.

Na veel aandringen kreeg ik fysiotherapie voorgeschreven van de kinderarts, maar wel van een ‘gewone’ kinderfysiotherapeut en niet aan huis. Ik groeide goed op flesvoeding, want het afkolven van de borstvoeding was nooit goed gelukt. Wel bleef ik lange tijd een stuk kleiner en lichter dan mijn leeftijdsgenootjes. Ook bleef ik tot mijn eerste verjaardag erg veel huilen en sliep ik slecht, hoewel het al beter leek te gaan toen ik ging kruipen met elf maanden en helemaal toen ik met ruim anderhalf jaar los kon lopen.

Ondanks dat ik eerder zoveel huilde, groeide ik op tot een vrij makkelijke peuter die het naar zijn zin had op de peuterspeelzaal. Op advies van de kinderarts startte ik daar wel een paar maanden later dan andere kinderen omdat ik anders misschien letterlijk en figuurlijk omver zou worden gelopen. Maar al snel bleek dat ik goed kon meekomen met de rest. Met praten was ik wel wat later, maar ik haalde de achterstand al snel in en bleek toen ineens een hele grote woordenschat te hebben. Wel moest ik toen ik vier of vijf was een jaar lang naar een logopediste omdat ik moeite had met de uitspraak van bepaalde letters.

Op de basisschool kon ik goed meekomen. Ik had niet veel vriendjes, maar wel genoeg. Qua leren zat het ook wel goed. Sporten deed ik toen al graag en op mijn vijfde ging ik op kleutervoetbal. Ik bleek wel drukker te zijn dan andere kinderen, had (en heb) moeite met stilzitten en met mijn concentratie. Mijn oom heeft echter ADHD en mijn ouders denken dat mijn ‘druk zijn’ niet zozeer te maken heeft met mijn vroeggeboorte, maar dat het meer een erfelijke kwestie is.

In groep 8 kreeg ik van de leerkracht het advies om naar de havo te gaan, maar de Cito-toets wees uit dat ik misschien wel naar het vwo kon. En omdat mijn oudere broer en mijn beste vriend het vwo deden, wilde ik dat ook per sé gaan doen. Ik heb er echter behoorlijk wat moeite voor moeten doen en ben een aantal keren met de hakken over de sloot overgegaan. Ook was ik net aan geslaagd voor mijn eindexamen, maar geslaagd is geslaagd.

Inmiddels ben ik (na een tussenjaar) bezig met mijn Master voor mijn studie. En geloof het of niet, maar ik heb tijdens mijn studie bijna geen onvoldoendes gehaald omdat deze studie echt mijn ding is en ik dus meer gemotiveerd ben. Ik heb ook stage gelopen in het buitenland, wat mij goed af ging. Kortom: ik zit goed in mijn vel en hoop over een half jaar afgestudeerd te zijn. En dan? Eerst een half jaar backpacken en dan werken.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0