Een overzicht van de Twinlife studie*)

Door Sophie Groene, promovenda bij de afdelingen Kindergeneeskunde (Willem-Alexander Kinderziekenhuis (WAKZ) en Biomedische datawetenschappen van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)

In Nederland worden er jaarlijks rond de 2600 tweelingparen geboren. Wanneer een tweelingpaar uit dezelfde bevruchte eicel ontstaat, is er sprake van een eeneiige tweeling. Dit zijn de tweelingen die bijna kopieën van elkaar zijn doordat ze precies hetzelfde DNA hebben. Er ontstaan twee kindjes uit één bevruchte eicel als het klompje cellen dat in de eerste dagen na de bevruchting is gegroeid, zich in tweeën splitst. De aparte klompjes groeien dan allebei uit tot een kindje. Gebeurt dat splitsen vroeg, dan krijgen beide tweelingen hun eigen placenta waarmee ze voedingstoffen en zuurstof van de moeder krijgen. Maar meestal – in zo’n 70% van de gevallen – splitst het klompje pas als de vorming van de placenta al begonnen is. Dan delen de twee kindjes één placenta tijdens de zwangerschap. Het moeten delen van één placenta gaat helaas lang niet altijd goed.

Tweeling Transfusie Syndroom.
Een zwangerschap van een tweeling die één placenta deelt wordt een monochoriale zwangerschap genoemd waarbij mono staat voor één en choriaal voor placenta. Een belangrijke reden waarom monochoriale zwangerschappen vaak met complicaties verlopen, is dat er in de gedeelde placenta altijd bloedvatverbindingen tussen de placentadelen van de kinderen zitten, waardoor zij bloed met elkaar uitwisselen. Meestal is deze bloeduitwisseling in balans, maar soms staat één kindje (de ‘donor’) teveel bloed af  aan het andere kindje (de ‘ontvanger’). Bij de donor ontstaat er dan een tekort aan bloed waardoor die minder gaat plassen en uiteindelijk weinig tot geen vruchtwater meer heeft, terwijl de ontvanger juist teveel bloed krijgt, daardoor veel meer gaat plassen en teveel vruchtwater krijgt. Dit noemen we het Tweeling Transfusie Syndroom (TTS). In het LUMC kunnen we sinds 2000 als enige ziekenhuis in Nederland TTS behandelen. Dat doen we met een laser in de baarmoeder. Via de buik van de moeder worden een kijker en een laserdraad ingebracht, waarmee alle bloedvatverbindingen in de placenta tussen donor en ontvanger worden dichtgemaakt. Hierdoor kan er geen bloeduitwisseling meer plaatsvinden en wordt de TTS opgelost.

Ongelijke verdeling van de placenta.
Het meest voorkomende probleem van monochoriale tweelingzwangerschappen is dat de placenta ongelijk verdeeld is. Dat betekent dat één van de kindjes een veel kleiner oppervlak van de placenta heeft om voedingstoffen uit te halen dan de ander. De eerste foto laat zien hoe zo’n ongelijk verdeelde placenta eruit ziet. In het LUMC spuiten wij zulke placenta’s op met kleurverf, o.a. om de verdeling te bekijken. Het deel van het ene kind (met rood en blauw) is veel groter dan het deel van het andere kind (met geel en groen). Het gevolg is dat een van de kinderen veel minder voedingsstoffen krijgt en veel minder goed kan groeien dan het andere kind. Bij de geboorte verschillen zulke tweelingen dan ook veel in geboortegewicht. Soms is het ene kindje zelfs bijna twee keer zo groot als de ander! De tweeling op de foto die in januari in het LUMC is geboren is daar een voorbeeld van.

LUMC en het Twinlife onderzoek.
Het LUMC is gespecialiseerd in de complexe zorg die monochoriale tweelingen nodig kunnen hebben tijdens de zwangerschap. Er wordt veel onderzoek gedaan om de zorg voor deze tweelingen nog beter te maken. Een daarvan is het Twinlife onderzoek, dat mogelijk is gemaakt met financiële steun van de Hartstichting. Het doel van dit onderzoek is om te begrijpen hoe de gezondheid van monochoriale tweelingen zich ontwikkelt tijdens de kindertijd. We weten uit eerder onderzoek dat een gebrek aan voedingstoffen in de baarmoeder blijvende gevolgen kan hebben op de latere gezondheid.

Een belangrijk voorbeeld van de langetermijngevolgen van ongunstige omstandigheden in de baarmoeder komt uit onderzoek bij Hongerwinterkinderen. In de winter van 1944-1945 aan het eind van de 2e Wereldoorlog was er een ernstige hongersnood. Vooral in grotere steden in het westen van het land was voedsel schaars. Mensen kregen slechts een kwart van het eten dat ze nodig hadden (500-700 kcal per dag). Ook zwangere vrouwen raakten in deze periode ondervoed, waardoor het kindje in hun buik ook onvoldoende voedingsstoffen kreeg. Deze Hongerwinterkinderen hebben daar hun leven lang last van gehouden en hadden een hoger risico op overgewicht en diabetes.

LUMC-onderzoek bij deze kinderen heeft laten zien hoe het kan dat iets dat je nog voor de geboorte meemaakt, tientallen jaren later de gezondheid kan beïnvloeden. Bij Hongerwinterkinderen zagen we dat de activiteit van het DNA blijvend anders afgesteld is geraakt tijdens de zwangerschap. Zulke veranderingen in de afstelling van het DNA, maar niet in de volgorde van het DNA zelf, wordt epigenetica genoemd.

Nog betere zorg voor monochoriale tweelingen.
Uit het Twinlife onderzoek willen we leren hoe de gezondheid van het kindje dat minder voedingsstoffen kreeg in de baarmoeder zich ontwikkelt ten opzichte van zijn grotere broer/zus. Ook willen we begrijpen hoe het komt dat er verschillen zijn. Om de gezondheid in kaart te brengen, onderzoeken we uitgebreider (zowel voor als na de geboorte) de hersenen, het hart en de bloedvaten. Op 2-, 5- en 8-jarige leeftijd willen we de tweelingen terugzien in het LUMC om te onderzoeken hoe het dan met de gezondheid van de tweeling gaat, waarbij we vooral zullen kijken naar de groei, hart en bloedvaten, en de verstandelijke en motorische ontwikkeling.

Om te begrijpen hoe de eventuele verschillen in de gezondheid ontstaan, kijken we of we verschillen kunnen vinden in de afstelling van het DNA die we kunnen koppelen aan de verschillende omstandigheden die de kinderen hebben meegemaakt in de baarmoeder. De afstelling van het DNA bekijken we in speciale cellen die we vinden in de navelstreng. Het zijn cellen die van nature andere type cellen kunnen vormen als zij delen, zoals spier- en vetcellen. We verwachten dat deze cellen minder goed werken bij het kindje dat minder voedingsstoffen kreeg.

Ons doel is om de zorg voor monochoriale tweelingen nog beter te maken door meer inzicht te krijgen in de oorzaken en gevolgen van het oneerlijk delen van een placenta. Dan kunnen we deze kinderen in de toekomst sneller herkennen en op tijd ingrijpen om hun verhoogd risico op gezondheidsproblemen proberen weg te nemen. Dit is niet alleen van belang voor tweelingen. We hopen dingen te leren uit deze bijzondere groep kinderen die ook toepasbaar zijn bij eenlingen die te klein zijn geboren.

Meer informatie over de Twinlife studie kunt u vinden op www.twinlifestudy.info.

*) Twinlife onderzoek is een medisch-wetenschappelijk onderzoek naar tweelingen, opgezet en lopende in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) vanaf januari 2019.

 

 

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0