Heeft het je veranderd?

We spelen verstoppertje. Milo ligt in zijn Maxi Cosi in de auto en ik sta buiten voor het raam. Ik duik weg. Kom weer boven. Duik weer weg. De man die voorbij loopt trekt zijn wenkbrauwen op. Ik hoor hem ‘zotte moeder’ denken. Ik kom omhoog, Milo spert zijn ogen open, zijn grijns kan niet breder. Ook na de tiende keer, twee passanten later, is hij nog even verrukt.

‘Ben je nog bang?’ wordt me vaak gevraagd. Met zo’n florerende spruit op de achterbank snap ik die vraag best. En het antwoord is: rationeel niet. Rationeel ben ik vooral heel erg blij. Maar een deel van mijn hart vraagt zich nog steeds stiekem af of dit broze evenwicht zal blijven. Daar, ik verschrijf me al: Hoezo ‘broos evenwicht’? Wanneer houdt een prematuur op prematuur te zijn? Ik vraag het aan andere ‘ouders van’. Sommigen zeggen: anderhalf jaar. Anderen zeggen: als ze naar de basisschool gaan en als blijkt dat ze prima kunnen leren. Maar als ik op een congres napraat over de zorgen, over die zacht knagende angst als een trage muis onder de grond, dan zie ik tranen in de ogen van ouders van prematuren die inmiddels de dertig al hebben bereikt.

“Heeft het je veranderd?” vraagt de lieve journaliste van Ouders van Nu. Op het moment zelf weet ik geen antwoord, maar later denk ik: “Het is iets anders. Ik ben niet veranderd, ik ben gestript. Ik ben ontdaan van een illusie waar het grootste deel van de mensheid, de Westerse mensheid dan toch, zich nog steeds aan vastklampt. De illusie van het maakbare leven.”

Ik kan niet langer ontkennen dat het leven willekeurig is. Dat er elk moment een piano op je hoofd kan vallen. Dat kinderen tussen je benen uit kunnen vallen, dat ze leven of niet-leven. Dat ze infecties opdoen en sterven nog voordat men heeft ontdekt wélke infectie dan. Dat je aan de vraag ‘waarom?’ helemaal niet toekomt. En dat die vraag geen zin heeft ook.

De wetenschap dat we niks verkeerd hebben gedaan, niks méér hadden kunnen doen en dat er toch veel te vroeg een kindje op de wereld kwam. En ook een raar soort schuldgevoel: de enorme blijdschap dat het goed gaat met Milo – het wonderkind dat hij is – gaat hand in hand met het besef dat dat niet per se onze verdienste is. Dat er ook kinderen zijn waar evenveel van gehouden wordt, die evenzeer gewenst zijn, die even goed behandeld worden en die er tóch schade aan overhouden of erger nog, sterven.

Houvastloosheid. Sommige mensen kiezen voor een religie om er een zin aan te geven, anderen voelen juist dat God zich in ieder geval niet op de Intensive Care van de Neonatologie ophoudt. En wat mij betreft maakt de keuze die je maakt niet uit, wat ik bedoel is: je wordt ontdaan van een illusie. En dat doet zeer.

En wat zit er aan de achterkant van die pijn? Dankbaarheid. Ik fietste gisteren met Milo in de draagzak terug naar de boot. Ik had keiharde tegenwind. Normaal zou ik dan mopperend voorover buigen en vechten met die wind. Vechten met die krachten die ik niet kan beheersen. Nu deed ik niets. Zo langzaam dat ik bijna achteruit ging, reed ik zacht zingend terug met mijn zoete vracht. En Milo zong, dan toch op zijn minst van binnen, met me mee.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0