Het verlengde bevallingsverlof. 

Door: Sylvia Brons-Kieft, medisch maatschappelijk werker bij de afdelingen Gynaecologie/Verloskunde en Neonatologie van het Flevoziekenhuis in Almere.

Als medisch maatschappelijk werker heb ik onder meer de psychosociale begeleiding van ouders van prematuur geboren kinderen in mijn takenpakket. Het gaat hier vaak om ouders van extreem prematuren die vanuit academische ziekenhuizen bij ons worden opgenomen vanaf de leeftijd conform een zwangerschapstermijn van 32 weken, of om ouders van kinderen die vanaf die termijn in het Flevoziekenhuis of omringende streekziekenhuizen zijn geboren.

De ouders van deze kinderen worden door de neonatoloog bij mij en mijn collega aangemeld voor begeleiding gedurende de opname van hun kind en, waar nodig, voor een nazorgtraject in de periode na ontslag naar huis. Dit is geen overbodige luxe.

De vroeggeboorte van een kind heeft niet zelden een ontwrichtend effect op de emotionele draagkracht van beide ouders vanwege de diverse, vaak heftige ervaringen die zij hebben opgedaan voor, tijdens en na de geboorte van hun kind. Voor de moeders komt hier nog bij dat het fysieke herstel van een (gecompliceerde) zwangerschap en bevalling (al dan niet via een keizersnede) verstoord wordt door alle onrust vanwege de opname van haar kind op een (IC) Neonatologieafdeling.

In plaats van die eerste week rustig thuis te kunnen doorbrengen en beschuit met muisjes te krijgen van een professioneel kraamverzorgende, holt deze moeder vanaf dag één voortdurend heen en weer tussen de kraamafdeling en de (IC) Neonatologie. En na korte tijd tussen haar eigen huis en het ziekenhuis, ongeacht waar dat huis staat of welke middelen van vervoer naar het ziekenhuis tot haar beschikking staan. En naarmate de duur van de opname van haar kind voortschrijdt, ziet deze moeder de datum van afloop van haar bevallingsverlof steevast dreigend en veel te snel naderbij komen…

De nieuwe wetgeving met betrekking tot verlenging van het bevallingsverlof bij opname van een pasgeborene in het ziekenhuis werd in januari 2015 dan ook door mijn collega en mij met gejuich ontvangen. Al gauw bleek echter de teleurstelling over de uitvoering hiervan door het UWV. Dankzij een ingewikkelde rekensom die door het UWV wordt gehanteerd, werd de broodnodige verlenging van het bevallingsverlof in veel gevallen gedecimeerd tot een minimale verlenging van het verlof. En soms leidde een verrekening van het zwangerschaps- en bevallingsverlof letterlijk tot geen enkele verlofdag méér dan de reguliere verlofperiode die alle moeders krijgen na een probleemloos voldragen zwangerschap en dito bevalling.
Na talloze negatieve ervaringen van radeloze moeders te hebben aangehoord, heb ik destijds navraag gedaan over de nieuwe Wet Arbeid en Zorg (WAZO) bij het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid. Op 17 augustus 2015 verzekerde mevrouw Y. Bekkers van de afdeling Publiek en Informatie van dit Ministerie mij via een email dat de bedoeling van de nieuwe wetgeving gericht was op een voor de moeder gegarandeerde verlofperiode van tien weken ná ontslag naar huis van de baby.


Mevrouw Bekkers stuurde mij ter informatie de ‘Memorie van Toelichting Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden’. Hierin trof ik de volgende informatie aan:
“Met dit wetsvoorstel wordt het bevallingsverlof verlengd voor moeders van wie de kinderen na de bevalling of gedurende het bevallingsverlof in het ziekenhuis worden opgenomen, vaak gerelateerd aan vroeggeboorte. Als het kind te vroeg wordt geboren of na de geboorte nog enige tijd in het ziekenhuis dient te verblijven, blijkt het huidige bevallingsverlof niet in alle gevallen afdoende om een volledig herstel van de moeder te garanderen. De opname van het kind betekent immers zowel een extra fysieke als mentale belasting die het herstel van de moeder kan bemoeilijken. In de praktijk wordt in dit soort situaties vaak een oplossing gezocht door ziekmelding. De regering acht dat niet gewenst, ook niet omdat het van de beoordeling door de bedrijfsarts van de individuele situatie afhangt of een periode van ziekteverzuim wordt toegekend. Als uitgangspunt geldt daarbij dat moeders de gelegenheid moeten hebben tien weken thuis door te brengen met hun kind/kinderen na ontslag uit het ziekenhuis.”

In dit citaat vind ik vooral de twee volgende beschrijvingen heel belangrijk: ‘een volledig herstel van de moeder’ en de ‘extra fysieke en mentale belasting die het herstel van de moeder kan bemoeilijken’. Hier wordt te weinig aandacht aan geschonken. Bovendien blijft in deze Memorie van Toelichting een belangrijk aspect onderbelicht: de kwetsbaarheid van het prematuur geboren kind.

Niet zelden gaat een vroeggeboorte – soms pas na verloop van tijd – hand in hand met stemmingsproblematiek bij de moeder, zoals een postnatale depressie. Of met hechtingsproblematiek, doordat bij de ouders de angst regeerde over de kansen van overleving van het (veel) te vroeg geboren kind.

Het hechtingsproces wordt soms ook verstoord door de periode waarin de zorg voor het kind voornamelijk in handen ligt van de verpleegkundigen van de (IC) Neonatologie in plaats van bij de ouders zelf. Dit proces herstelt zich vaak pas in de periode ná ontslag uit het ziekenhuis, wanneer de baby thuis door de eigen ouders verzorgd kan worden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat dit hechtingsproces niet alleen de interactie van ouder(s) naar kind betreft, maar zeker ook vice versa.

Het is zorgelijk dat de erkenning van de regering van deze problematiek wordt ondermijnd door een uitvoerende regelgeving. De praktijk leert namelijk dat nog steeds de kwetsbare moeders van deze evenzo kwetsbare kinderen afhankelijk zijn van een willekeurig oordeel van een individuele bedrijfsarts. In de begeleiding van deze moeders door het medisch maatschappelijk werk gaat een (veel te) groot deel van de beschikbare tijd op aan de contacten met veeleisende werkgevers en bedrijfsartsen die geen idee hebben van wat speelt bij moeders in deze situaties.

Nog niet zo lang geleden had ik telefonisch contact met een bedrijfsarts en vroeg ik aandacht voor de noodzaak van tijd, ruimte en aandacht voor de hechting tussen de kwetsbare moeder en haar kwetsbare kind. De bedrijfsarts verzekerde mij dat het met het kind wel goed zou komen, want “die had tenslotte negen maanden rond gedobberd in een subtropisch zwembad” …

Ik heb er in dit artikel voor gekozen om de zorgen betreffende de uitvoering van de WAZO aan te kaarten aan de hand van de wet- en regelgeving, en de uitvoering daarvan. Ik had even goed talloze voorbeelden kunnen noemen uit de praktijk van alledag van radeloze moeders die de afloop van hun verlof als een grote dreiging op zich af zagen komen. Of die compleet onderuit gingen nadat ze veel te vroeg weer aan het werk moesten gaan om hun inkomen veilig te stellen.

Ik denk dat de oplossing van het probleem bij de makers en uitvoerders van de wet- en regelgeving te halen valt. Vandaar mijn keuze voor deze insteek. En voor wat betreft de kwetsbare moeders van deze kwetsbare kinderen: die blijf ik bijstaan zo lang als nodig is met het (oneigenlijk) aanspraak maken op hun ziekteverlof.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0