Ik ga er even iemand bijhalen

Vandaag is Milo een half jaar oud. Tegelijk is hij drie maanden, gecorrigeerd. Grappig dat ik nu voor een blad schrijf waar ik niet hoef uit te leggen wat dat is, een gecorrigeerde leeftijd. Want als er iets is wat ik nogal veel doe de laatste tijd, is het dat: uitleggen. Vertellen over de mysterieuze wereld van de prematuur.

Milo mept naar alles wat je voor zijn neus houdt. Hij heeft een prachtig lachje, dat bij zijn rechtermondhoek begint en zich dan langzaam over zijn hele gezicht uitstrekt. Hij is een kruidje-roer-me-niet, kan zich van een zuchtje wind al rotschrikken en heeft sowieso nogal de neiging om met wijd opengesperde ogen naar de wereld te kijken. Ik kreeg Milo met 26 weken en een dag. We hebben tweeënhalve maand in ziekenhuizen ‘gewoond’, eerst zeven weken op de NICU, daarna op de Neonatologieafdeling. Ze zeiden bij de NICU: “Het kan zijn dat je over een half jaar pas instort. Er zijn genoeg mensen die dat hebben.” Maar ik geloof niet dat ik al ben ingestort. Wel heel moe, maar ja, Milo slaapt ook nog niet door ‘s nachts. Zoals wel meer baby’s van uh…, drie maanden oud.

We zijn bij de kinderboerderij. Ik zit op een bankje terwijl mijn zoon Aran (vier) voor de derde keer het reuzenhangoorkonijn ‘hallo’ zegt. Ik ben chagrijnig. Al sinds ik wakker ben voel ik een rare druk op mijn onderbuik. Blaasontsteking misschien, niet dat ik weet hoe dat voelt, want dat heb ik nog nooit gehad. Daarom denk ik dat juist.

Ik ben 25 weken en vier dagen zwanger en dat is op zichzelf al een mirakel. Over Aran hebben we vier jaar gedaan en hij werd geboren met 35 weken. Opeens braken ’s nachts mijn vliezen en moest ik naar het ziekenhuis. Ik had geen pijn, volgens de gynaecoloog dus ook geen ‘echte’ weeën. Tot ze me – zoals dat zo chique heet, maar wat totaal niet chique is – toucheerde, en zei: “Ik voel een voetje” en meteen daarna; “ik ga er even iemand bijhalen.” Rennende verpleegkundigen, ruggenprik, een kwartier later was Aran er. Ik bedoel maar, ik heb het nog nooit ‘normaal’ gedaan, zwanger zijn en dan bevallen.

“Dan bel je toch met het ziekenhuis,” zegt Edwin die met een blije kleuter aan komt lopen. Ik wil niet bellen. Zolang ik niet bel is er niets aan de hand. Bovendien, wat zou er kunnen zijn? Ik was vier dagen geleden nog in het ziekenhuis geweest voor reguliere controle. Toen ben ik helemaal goedgekeurd. “Doe nou maar,” zegt Edwin. We gaan weg uit de kinderboerderij, Aran protesteert, ik bel. Eerst word ik in de wacht gezet (het is bijna Pinksteren en na vieren), Aran beklimt snel een berg bouwzand die bij de fietsen ligt. Ik loop een rondje om de berg. Dat gaat best. Geen pijn, alleen die druk. Zie je nou wel, niks aan de hand. Ik ben een zwangere onzekere vrouw, vol hormonen die het zorgen maken veroorzaken. Ik loop nog een rondje.

Dan krijg ik iemand te pakken. Ik mag langskomen. Dat valt me bijna tegen: ik had stiekem gehoopt dat ze zouden zeggen: “Bekend gevoel, ga maar lekker naar huis om een potje te ganzenborden. En wel winnen hè.” Aran mag met zijn vieze snoet en zwarte handjes voorop bij zijn vader, hoewel hij eigenlijk bij mij achterop de fiets wil. Ik merk dat alles met mijn buikspieren onprettig voelt. Geen pijn, nog steeds niet.

Marijke heet de verpleegkundige op de Kraamafdeling en ze herkent ons na enig nadenken van vier jaar terug, toen Aran er lag. Dat vindt Aran indrukwekkend, zoals hij het hele ziekenhuis indrukwekkend vindt. We krijgen een ziekenhuiskamer toegewezen en wassen in de ziekenhuiswasbak zijn vieze handjes. In zijn laarzen is ook een deel van de zandberg meegekomen, die vegen we zoveel mogelijk weg met papieren doekjes. Aran vindt het wel leuk hier, beetje spannend, veel te ontdekken. We dwalen samen door de enorme wc met douche en zitje. Hij wijst naar het rode koord voor als er nood is. “Komen ze je dan halen?” vraagt hij. Je kunt horen dat hij niet zeker weet of hij dat zou willen.

Een arts-assistent doet de echo. Niks aan de hand, prima hartje. Met mij is ook niks mis: prima bloeddruk. Alleen voor de zekerheid nog even een inwendige echo. Ze heeft maar twee seconden nodig. “Ik ga er even iemand bijhalen.” Edwin en ik wisselen een blik: ze gaat er even iemand bijhalen. Op dat moment heb ik voor het eerst zin om heel hard te huilen.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0