“Jij bent toch niet bevallen?”

Door Paul Hendriks

Mijn vrouw ging op donderdag 22 oktober voor een routinecontrole naar de verloskundige, ze was toen dertig weken zwanger. De verloskundige vertrouwde het echter niet en stuurde haar door naar het streekziekenhuis. Nog diezelfde dag werd mijn vrouw overgeplaatst naar een academisch ziekenhuis. Ze bleek pre-eclampsie/HELPP-syndroom te hebben en nu ze behandeld werd, begon ze zoveel vocht vast te houden dat ze binnen enkele dagen op een Michelinmannetje leek. Met verschillende infuuspompen naast haar bed en een monitor om de baby te volgen, stond de kamer behoorlijk vol.

De dagen daarna ging ik niet aan het werk. Op 27 oktober werd ik tegen middernacht gebeld door de afdeling met de dringende vraag om te komen. Ik kleedde mij aan en ging de straat op voor een taxi. Door een donker en stil ziekenhuis liep ik naar de afdeling, waar de verpleging voor mij een bed had neergezet naast dat van mijn vrouw. Na een onrustige nacht werden we voor de keuze gesteld: opereren of niet. Zo werd op 28 oktober onze zoon Ralph geboren, ruim negen weken te vroeg. We stuurden een mail rond getiteld ‘Vandaag geen beschuit met muisjes’, waar we warme reacties op terugkregen, bijvoorbeeld een reactie uit Caïro van een vriendin die zelf het HELPP-syndroom had gehad.

In de loop der tijd kregen wij uiteenlopende reacties op de geboorte van onze zoon, onder andere van mijn twee werkgevers. De ene werkgever liet mij in mijn eigen tempo bepalen wanneer ik weer aan het werk zou gaan en was bezorgd, de ander hield zich aan de omschrijving in de onderwijs-cao en zei letterlijk: “Jij bent toch niet bevallen?”

In mijn bijdrage wil ik graag stilstaan bij de uiteenlopende reacties op diverse thema’s gedurende een langere periode.

Allereerst de reacties die we kregen in de tijd tussen de geboorte en de thuiskomst van onze zoon. Voor ons als ouders werd die periode gevuld met zeven weken lang de dagelijkse gang naar de neonatologieafdeling. Voor de omgeving betekende dit dat men een of twee keer op bezoek kwam in het ziekenhuis. Na zijn thuiskomst was onze zoon nog zo kwetsbaar, dat we de eerste tijd het bezoek zoveel mogelijk beperkten.

Achteraf gezien is onze eigen houding mede bepalend geweest voor de betrokkenheid van de omgeving. Wij sloten ons op in een soort cocon en alleen de naaste familie en enkele hele goede vrienden lieten we toe. Niet iedereen begreep dat, waardoor enkele vriendschappen zijn doodgebloed of zelfs abrupt zijn geëindigd. Voor zover iemand een reden opgaf, varieerde dat van: “Jullie laten niets van je horen” tot “Jullie hebben het alleen maar over de zorg rondom jullie premature zoon”.

Een onderwerp dat bij niet veel vaders hoog op de lijst van topics zal staan, is borstvoeding. Het was voor mijn vrouw, en al snel ook voor mij, echter een belangrijk onderwerp. Vanwege het HELLP-syndroom kwam de borstvoeding bij mijn vrouw moeizaam op gang. Gelukkig steunden de verpleegkundigen ons bij het op gang brengen van de borstvoeding en dat moest de eerste tijd vooral gebeuren door te kolven. Ralph kreeg de afgekolfde melk eerst via sonde en later via minuscule flesjes. De eerste keer dat hij zelf aan de borst gelegd werd, was een enorme stap en overwinning. Voor mijn vrouw vormde het op gang brengen van de borstvoeding een onderdeel van haar eigen herstel.

Ik kon het toen nog niet zo verwoorden, maar ik heb haar gesteund, ben achter haar gaan staan en uiteindelijk ook naast haar in de weg die wij met ons kind bewandelden en de keuzes die we daarin maakten. Bijvoorbeeld huid-op-huidcontact, borstvoeding, draagdoeken en de Rapley-methode: een methode die is ontwikkeld om kinderen van kleins af aan vertrouwd te maken met herkenbaar voedsel. Zo kan een zuigeling, zittend in de kinderstoel, een stronk broccoli betasten, fijn knijpen en in de mond stoppen. Zo leert het kind voedsel kennen, ontwikkelt het zijn fijne motoriek en krijgt het al beetjes voedsel binnen.

Jij bent toch niet bevallen?

Ik had het gevoel dat ik mij geregeld moest verantwoorden of dingen moest uitleggen. Het maakte dat ik in het kielzog van mijn vrouw een bewuste vader werd en keuzes maakte die daarbij hoorden en die verdedigde op het consultatiebureau, maar ook bij naaste familie. Onze moeders snapten het idee van borstvoeding wel, maar het zo lang mogelijk volhouden daarvan moest keer op keer worden verdedigd en uitgelegd. “Krijgt hij wel genoeg binnen?” Goed bedoeld, maar ik was al snel aan het uitleggen dat moedermelk écht alles bevat wat een kind nodig heeft.

Deze rondgang in bewust ouderschap heeft veel betekend in het herstel van mijn vrouw. Dat wordt achteraf steeds duidelijker. Het feit dat wij onze keuzes moesten verantwoorden, bracht ons nader tot elkaar en het feit dat mijn zoontje prematuur was, maakte dat ik extra bezorgd was en extra oplette. Natuurlijk is voor iedere ouder het eerste kind nieuw en kwetsbaar en let je daarom extra goed op. Maar de extra risico’s die een prematuur loopt op bepaalde aandoeningen en afwijkingen, maken je als ouder nog meer alert. Ralph heeft geluk gehad. Hij heeft alleen een verhoogde kans op ADHD en/of autisme en dat is deels omdat hij erfelijk belast is.

Wij wilden een tweede kindje. Daar hebben we lang over gepraat en vervolgens hebben we de risico’s op een tweede keer het HELLP-syndroom laten onderzoeken. We wilden Ralph niet als enig kind laten opgroeien en mijn vrouw wilde heel graag een voldragen zwangerschap en een natuurlijke geboorte meemaken. De omgeving stond achter onze keuze en dat bleek ook uit met name de reacties van de oma’s. Ze dachten dat Ralph een beetje het risico liep een prinsje te worden dat verwend werd met veel aandacht. In hun ogen overigens niet alleen verwennen met cadeautjes, maar ook door samen te slapen, hem te dragen in de draagdoek en lang borstvoeding te geven. Een broertje of zusje erbij zou betekenen dat hij de aandacht moest gaan delen en dat was goed.

Ralph kreeg een zusje, dat na 41 weken zwangerschap gehaald werd via een keizersnede, nadat we eerst een natuurlijke bevalling hadden geprobeerd. Broer en zus zijn dol op elkaar en wij doen als ouders onze best om te zorgen dat de aandacht rechtvaardig verdeeld wordt.

Jij bent toch niet bevallen?

Onze kinderen komen niets tekort en zijn misschien wel een prinsje en prinsesje, maar we proberen ze te laten zien dat het goed is om te delen en dat spullen niet het belangrijkste zijn in het leven. Met onze dochter zijn we meteen gaan co-sleepen en een draagdoek gaan gebruiken, en borstvoeding is nooit een probleem geweest.

Ons gezin is in principe af, maar we denken erover om gastgezin te worden voor kinderen uit moeilijke situaties. Dit ook om de stabiliteit die we zelf hebben met elkaar te delen en om de kinderen te laten delen in wat zij hebben. Mijn vrouw organiseert nu al bijna twee jaar lang speelochtenden voor andere ouders en kinderen, waardoor we onze kinderen ook hun ruimte en speelgoed laten delen.

Wat wij, individueel en samen, in de afgelopen zes jaar geleerd hebben van bewust ouderschap, van omgaan met onbegrip of kritiek en van omgaan met de spanningen die zorg voor (premature) kinderen met zich meebrengt, krijgt nu een plek doordat we via cursussen en gastlessen onze ervaringen delen en als ervaringsdeskundige couveuseouders anderen kunnen helpen om kritiek en problemen het hoofd te bieden.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0