Mama en het nieuwe zusje in het ziekenhuis

Grote zus komt ‘ongeschonden’ uit de moeilijke periode

Door Ilse

Op 3 januari 2014 werden wij de trotse ouders van Annabel. Na twee jaar vonden we het tijd voor gezinsuitbreiding en toen het zover was, leek Annabel prima te begrijpen dat er een baby in mama’s dikke buik groeide. In huis veranderde ook veel; Annabel verhuisde naar de grote slaapkamer, het ledikant werd een peuterbed en er kwam een box in de woonkamer. Ze begreep dat haar nieuwe zusje straks bij ons kwam wonen. In juli 2016 deelden wij het nieuws op Facebook met een foto van Annabel die een bord vasthield: ‘In januari 2017 word ik grote zus!’ Het liep alleen heel anders dan verwacht.

Na een zwangerschap van maar 25 weken en vier dagen kwam onze dochter Josephien met een spoedkeizersnede ter wereld. Ik had een paar uur daarvoor een hersenbloeding gehad, veroorzaakt door een torenhoge bloeddruk als gevolg van ernstige pre-eclampsie/HELLP-syndroom. Ik was linkszijdig verlamd en lag op de Obstetrische High Care en Josephien lag op de NICU aan de beademing met ontelbare buisjes en slangetjes.

Josephien was prematuur en dysmatuur, ze woog maar 510 gram, en had ernstige longproblemen. Haar overlevingskansen waren klein. Mijn herstel verliep voorspoedig en na twee weken mocht ik thuis verder revalideren. Op Josephiens geboortedag ging Annabel naar mijn ouders, bij wie ze wekelijks komt en ze al regelmatig een nachtje blijft logeren. Ze is dol op hen! De eerste week lieten we haar bewust alleen bij hen verblijven om zoveel mogelijk rust en regelmaat te geven, ondanks alle andere lieve oppasaanbiedingen.

Mijn ouders kwamen elke avond met Annabel op bezoek. Ik wilde haar elke dag zien om haar erbij te blijven betrekken. Ze vond het eng dat ik in het ziekenhuisbed lag, zeker toen ik nog infusen had en aan de monitor lag. Begrijpelijk, maar ook erg moeilijk voor mij want ik wilde haar vasthouden en knuffelen, wat zij niet wilde. Toen ik eenmaal uit bed kon, was ik al een stuk minder eng.

De rolstoel was natuurlijk erg interessant en ze heeft vaak meegelift op schoot. Annabel is een pientere dame, dus we konden haar goed uitleggen dat ik in het ziekenhuis moest blijven. Ze ging altijd zonder problemen en zonder tranen met mijn ouders mee, wat mijn schuldgevoel verzachtte.

De dag na Josephiens geboorte mocht Annabel voor het eerst met papa en oma mee naar de NICU. Bij papa op de arm mocht ze in de couveuse kijken. Ze was best onder de indruk en vooral afgeleid door alle lampjes en geluiden. Josephien was zo klein en ingepakt, dat ze niet echt begreep dat dat hoopje midden in de couveuse een baby, haar zusje, was.

Weer wat later mocht Annabel voor het eerst haar zusje aanraken. Ze stond op een krukje en stak apetrots en heel voorzichtig haar hand door het deurtje en legde die op die van Josephien. Ze zei niets en keek alleen maar naar Josephien. Voor ons heel emotioneel en we waren verbaasd hoe liefdevol en voorzichtig Annabel haar zusje aanraakte. Ze was op slag verliefd en we konden toen al zien dat dit wederzijds was.
Wij moesten Josephien altijd met de platte hand en met langzame bewegingen aanraken. Ze kon de prikkels van lichte, aaiende, bewegingen niet verwerken en raakte hierdoor van slag, wat je terugzag in een stijgende hartslag en een dalende saturatie. Van Annabel kon ze dit wel hebben. Die mocht haar zachtjes over haar hoofdje aaien zonder dat er iets gebeurde. Zo bijzonder om te zien dat de band toen al ijzersterk was!
Tijdens deze echte kennismaking heb ik met Annabel een liedje voor Josephien gemaakt, wat ze nog steeds (maar dan iets aangepast) voor haar zingt als ze verdrietig is:
“Josephientje, Josephientje,
lieve kleine zus,
in je glazen bedje,
kun je lekker slapen,
groei maar, groei maar,
groei maar groot,
lieve kleine zus.

Tijdens de tweede week van mijn ziekenhuisopname kwam Annabel langzamerhand meer thuis slapen en ging ze met papa naar het ziekenhuis. Ze kon zich met wat speelgoed prima op mijn kamer vermaken. Ze voelde zich al snel zo thuis, dat ze met de driewieler rondjes fietste over de afdeling. Na mijn thuiskomst verbleef Annabel weer volledig bij ons.

Doordeweeks gingen we elke avond naar Josephien en dus regelde ik op zondag de oppas voor de aankomende week. Gelukkig kregen we hulp en steun van onze familie en vrienden en hadden we altijd genoeg oppas. We brachten Annabel zelf naar bed en vertrokken dan naar het ziekenhuis zodat ze er meestal niets van meekreeg dat wij weg waren. In het weekend gingen we overdag naar Josephien en op zaterdagmiddag ging Annabel mee.
Om haar te vermaken, namen we altijd speelgoed en de iPad mee. Op de NICU kreeg ze altijd een bak met speelgoed en knutselspul. Op een gegeven moment was ze zo ‘kind aan huis’ dat ze tussen de verpleegkundigen achter het bureau zat te knutselen of met één van hen een stukje ging wandelen. Het personeel maakte het ons veel makkelijker zo. Ook de overgangen naar de High Care en de Medium Care verliepen goed; Annabel verhuisde gewoon mee.

Waar Annabel veel moeite mee had, was dat ik in maart en in augustus weer moest worden opgenomen op de afdeling Neurologie. Ik heb partiële epilepsie overgehouden aan de hersenbloeding en moest worden ingesteld op de medicijnen daarvoor. Als ik nu ziek ben, vraagt ze: “Je hoeft toch niet weer naar het ziekenhuis?” Mijn ziekenhuisopnames hebben blijkbaar veel indruk gemaakt.

Het grote moment van Josephiens thuiskomst hebben we ook met Annabel gedeeld. We wisten niet precies wanneer Josephien naar huis mocht, maar wilden Annabel wel voorbereiden. Ze merkte dat er wat stond te gebeuren omdat ik alle babyspullen ging wassen en alles een plekje kreeg. Na zes maanden was het zover. De dag dat Josephien thuis kwam, was Annabel bij mijn ouders. Wij kwamen ’s ochtends thuis en ’s middags kwam ze met mijn ouders langs om even te kijken. Ze vond het geweldig dat haar zusje eindelijk thuis was! Ze sliep die nacht nog bij opa en oma en kwam de volgende dag ook thuis: ons gezin was echt compleet.

Annabel is erg lief en zorgzaam als grote zus. Ze loopt naar Josephien toe als ze huilt of hoest en moppert als ze aan haar sonde ligt te trekken. Ze is gelukkig niet jaloers. Waar ze soms wat moeite mee heeft, is als ze op haar beurt moet wachten als ik met Josephien bezig ben. “Leg haar maar in de box mama”, zegt ze dan. Ik leg haar dan uit dat ik naar haar toe kom zodra ik klaar ben. Het is prachtig om te zien hoe dol Josephien op haar grote zus is. Ze kan zeer verwonderd naar Annabel kijken en naar haar lachen als ze gekke bekken trekt.

We zijn blij en trots hoe Annabel deze moeilijke tijd door is gekomen. Ik denk dat we geluk hadden dat ze oud genoeg was om te begrijpen dat Josephien haar zusje is, maar te jong om te begrijpen hoe ziek ze was en wat al die slangen en monitors betekenden.

Of wij nog tips hebben voor ouders in een gelijke situatie? Betrek de broer of zus er zoveel mogelijk bij. Doe niet alsof er niets aan de hand is, want kinderen weten dit echt wel. Vertel het ook als het niet goed gaat: zonder medische details, maar wees wel eerlijk. Probeer snel weer een duidelijk en voorspelbaar dagritme te krijgen, dan kunnen ze zich makkelijker aanpassen aan de nieuwe situatie tot het nieuwe weer ‘normaal’ is geworden.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0