Een periode met bijzondere en mooie contacten.

Als je kind veel te vroeg geboren wordt, stap je binnen in een andere wereld. Een klein wereldje: je kind in de couveuse, het ziekenhuis en je gezin. De rest telt niet meer mee en het is soms moeilijk om weer contact te leggen met de buitenwereld. Als ik terugkijk op de periode van de vier maanden dat mijn zoon in het ziekenhuis lag, herinner ik me vooral het intense contact met hem en hoe de buitenwereld ons hielp om door die stressvolle fase te komen. Het is achteraf gezien ook een periode geweest vol verrassend mooie gebaren en warme contacten met onverwachte mensen.

Het begon met de geboorte van Roderick. Na 26 weken zwangerschap was hij zo klein en kwetsbaar, dat we niet wisten hoe we hem konden vasthouden, troosten of hem onze liefde konden geven. Als ouders van een meisje van bijna vijf en een jongen van 2,5 dachten we dat de binding met ons derde kind heel vanzelfsprekend zou verlopen. Maar de natuur maakte het moeilijker en zijn vroeggeboorte gooide ons leven overhoop. Duizend vragen kwamen er in ons op. Kan hij ons horen, voelen? Kan hij een verschil maken tussen ons, zijn ouders, en het medisch team dat veel vaker bij hem was? Voelt hij pijn, ligt hij op zijn gemak, gaat het goed met hem? En hoe maak je contact met zo’n klein baby’tje? Sommige familieleden vonden dat ik me niet te veel moest hechten aan hem, want veertien weken te vroeg geboren worden geeft hoge risico’s en het was onzeker of hij het zou overleven. Dit maakte mij onzeker en verdrietig, en ik wilde het contact met die personen vermijden. Het was daarom fijn dat mijn moeder als filter functioneerde. Ik vertelde haar regelmatig hoe het met Roderick ging en zij gaf dat weer door aan mijn Franse familie. En andersom vertelde ze mij hoe de mensen reageerden en alleen als dat positief en ondersteunend was. Dat scheelde mij tijd en moeite, en het heeft de relatie met mijn moeder sterker gemaakt. Voor onze Nederlandse familie hield mijn man een blog bij, zo konden we het aantal telefoontje beperkt houden en hoefden we niet iedere keer hetzelfde te vertellen.

Dan het ziekenhuis. Wat ons vooral heeft geholpen bij het opbouwen van de band met Roderick, was het vertrouwen van het medische team in hem. Zij geloofden in hem en wij daardoor ook. Met veel geduld vertelden ze ons hoe Rodericks gezondheid was en wat voor medicijnen, behandelingen of aandacht hij nodig had. De communicatie met de artsen en verpleegkundigen was goed en we konden altijd met onze vragen en zorgen komen. Zij legden uit dat het eerste dat we voor Roderick konden doen, was helpen bij zijn verzorging, met hem buidelen en hem borstvoeding geven. In eerste instantie was Roderick te ziek en lag hij aan de beademing. Na een tijdje mochten we eindelijk buidelen en dat contact, huid op huid, had ik echt nodig. Wat ontzettend fijn is het om je baby’tje vast te houden, een liedje voor hem te zingen en hem te zien ontspannen. Roderick had regelmatig terugvallen en dan konden we niet kangoeroeën vanwege de beademing of zijn vermoeidheid. Maar we waren er voor hem en dat wist hij.

Het tweede dat geholpen heeft om onze band te versterken in die eerste weken op de NICU was de ontwikkelingsgerichte zorg vanuit de NIDCAP-methode (Newborn Individualized Developmental Care and Assessment Program) door een speciaal opgeleide verpleegkundige. Toen Roderick pas twee dag oud was, maar ook regelmatig daarna, maakte de verpleegkundige een evaluatie van het gedrag van onze zoon en dat ‘vertaalde’ ze voor ons.

Zo leerde zij ons dat een prematuur niet huilt, maar dat het niet betekent dat hij geen pijn voelt of ongevoelig is. Hij geeft andere signalen en die moeten wij als ouders leren zien om hem te helpen. Hoe weet je dat een luier vervangen al te veel is? Kijk naar zijn hartslag en huidskleur. Hoe weet je dat een handeling pijnlijk is? Kijk of hij een zuurstofdaling krijgt. Aai hem niet, maar leg voorzichtig een hand op zijn hoofd. Zijn handjes houdt hij bij zijn mondje om zichzelf te troosten. In duidelijke en positieve termen liet ze ons de kleine details zien in Rodericks gedrag en dat gaf ons het vertrouwen dat we hem konden begrijpen en ondersteunen. En hoe zwaar die periode was, met vallen en opstaan, met verdriet en hoop, we ontwikkelden een sterke band met onze zoon.

We hadden in het ziekenhuis weinig contact met andere ouders. Ik hoor soms dat ouders die met hun kindje op een aparte couveusesuite liggen, het contact met andere ouders missen. Dat begrijp ik, maar in de tijd dat alle couveusekinderen nog op een zaaltje lagen, hadden de ouders ook niet veel contact met elkaar. Iedereen was gefocust op zijn eigen kind en dit was ook de richtlijn van de verpleegkundigen vanwege de privacy. En dat was goed, want het was voor ons ook heel zwaar als we merkten dat het met een ander kindje slecht ging. Waar we wel veel contact hadden met lotgenoten was in het Ronald McDonald Huis. Daar kon je je verhaal kwijt tijdens het bereiden van je maaltijd in de gezamenlijke keuken of bij een kopje koffie in de tuin of de woonkamer. Misschien maakte het feit dat we allemaal een kind in het ziekenhuis hadden met verschillende problemen het praten makkelijker.

Dat we onderling onze moeilijke verhalen en zware gevoelens konden delen zonder oordeel of ‘goed bedoelde’ tips was heel bijzonder. Ik ben uiteindelijk zeven weken in het Ronald McDonald Huis gebleven. Teruggaan naar huis naar mijn dochter, zoon en man was een moeilijke beslissing, want toen moest ik Roderick alleen laten in het ziekenhuis. Maar toen het langzaamaan beter ging met hem, heb ik dat gevoel losgelaten en mijn wereld weer groter gemaakt.

Ondertussen was mijn gezin gelukkig in goede handen: vanaf het moment dat ik naar het ziekenhuis moest voor bedrust en mijn man er thuis alleen voor stond, kreeg hij veel hulp. Hij nam al snel ‘zorgverlof’ op, wat achteraf gezien heel belangrijk is geweest. Eerst waren daar mijn ouders en schoonouders, maar na twee weken moesten die terug naar Frankrijk en Limburg. Toen kwamen de buren in actie. In onze straat is een kleinschalige kinderopvang voor kinderen onder de vier, geleid door onze buurvrouw Tamara. Toen ze zag hoe ernstig de situatie was, riep ze de hulp in van de ouders van de kinderopvang en van de buren. Ze vroeg hen om maaltijden te koken voor mijn man en kinderen. En zo aten die pasta à la bolognaise, verse salade, hartige quiche etc. Er was een rooster gemaakt zodat mijn gezin zeker vijf dagen per week goed en gezond kon eten, bijna vier weken lang.

Wij woonden nog maar twee jaar in de straat en kenden lang niet iedereen, maar de buurt heeft niet geaarzeld om ons een handje te helpen toen het nodig was. Wij zijn heel dankbaar voor wat ze hebben gedaan! Sindsdien hebben we regelmatig een borrel in de straat waar iedereen iets meebrengt, de kinderen steppen of voetballen en de ouders babbelen met een glas wijn in de hand. Wat een geweldige straat! Natuurlijk zijn er meer mensen heel belangrijk voor ons geweest, maar heb ik ze niet benoemd. Dat is voor een volgend verhaal. We zijn alle mensen die ons hebben gesteund nog steeds heel dankbaar. Dankzij hun en de kracht van ons zoon hebben we nu een vrolijk en gehecht gezin, en is de couveusetijd in ons geheugen niet alleen donker, maar met veel kleuren bestrooid.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0