Prematuriteit en de fysiologie van hechting

Liefde in een wetenschappelijk licht

Een verkorte samenvatting van het promotieonderzoek van Deedee Kommers

Wereldwijd wordt iets meer dan één op de tien kinderen te vroeg geboren. De meerderheid krijgt later te maken met gedrags- of gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld een verstoorde fijne motoriek of aandachtsproblemen. Deze problemen kunnen aangepakt worden door het verbeteren van de ouder-kind hechting, vooral in de vroege levensfase. Het doel van dit project was om de ouder-kind hechting op de NICU te verbeteren, door in kaart te brengen wat hechting precies is.

Wat is hechting precies?

Hechting is het proces van co-regulatie; als een individu bewust of onbewust invloed heeft op de regulatie van een ander individu. Regulatie is het in balans houden van je interne milieu. Een voorbeeld van co-regulatie is als een ander organisme jou assisteert bij het behouden van de juiste lichaamstemperatuur. Om te kunnen co-reguleren, zijn organismen in staat signalen (temperatuur, hartritme, gezichtsuitdrukking etc.) van andere organismen op te vangen om signalen terug te sturen.
Op een NICU vindt maximale signaaloverdracht plaats tijdens het buidelen. Hierbij ligt het kind op de naakte borst van een van de ouders, waarna het wordt toegedekt met de armen van ouders en/of een dekentje. In het project werd voor het meten van hechting gebruik gemaakt van drie belangrijke elementen:

  • het hormoon oxytocine in het speeksel van de prematuur, dat werd verzameld door het kind op watjes te laten sabbelen;
  • de hartritme variabiliteit;
  • verschillende gedragingen.

Deze drie elementen werden gemeten bij de prematuur tijdens het buidelen en in een basissituatie in de couveuse. Het doel was het in kaart brengen van de ouder-kind hechting op de NICU, om met die kennis vervolgens de beste manier te kunnen bepalen om de ouder-kind hechting daadwerkelijk te verbeteren. Uit het onderzoek bleek dat de oxytocineconcentratie tijdens het buidelen significant lager lag dan bij de basismeting. De onderzoekers concludeerden dat de daling te wijten was aan de stressvolle omgeving waaraan te vroeg geboren kinderen het hoofd moeten bieden met hun nog onrijpe regelsystemen.

Het meten van hartritmevariabiliteit

Bovenstaande conclusie werd ondersteund door de volgende studie: het meten van de hartritme variabiliteit als signaal voor hechting. De hartritme variabiliteit zegt iets over de activiteit van het autonome (onwillekeurige) zenuwstelsel waar je zelf weinig invloed op hebt en dat processen in het lichaam kan versnellen of vertragen (bijv. de ademhaling of het hartritme). Dit stelsel zorgt er daarna ook voor dat de balans weer hersteld wordt en speelt dus een sleutelrol in de regulatie.

Die rol werd geanalyseerd door de versnellingen en vertragingen van het hartritme te meten. Er werd niet gekeken naar verschillen in hartritme per minuut, maar naar verschillen in hartritme van slag tot slag: de hartritme variabiliteit. Een gezond, volwassen hart laat in rust een grote variabiliteit zien met veel minimale versnellinkjes én vertraginkjes. Het hartritme past zich namelijk van slag tot slag optimaal aan aan minimale externe veranderingen (bijv. veranderingen van lichaamshouding of ademhalingsritme). Echter, tijdens inspanning of stress daalt de variabiliteit om de circulatie zo effectief mogelijk te maken: er is een strak, versneld ritme.

Uit het onderzoek bleek dat de hartritme variabiliteit bij te vroeg geboren kinderen in rust niet toenam, maar juist per direct daalde. Vanaf het moment dat ze op de borst werden gelegd, daalde de ongewenste, extreme variabiliteit zichtbaar, juist als de ouderlijke co-regulatie zorgt voor assistentie voor het onrijpe regelsysteem van het kind. De hartritme variabiliteit bleek dus een waardevolle methode om hechting te kunnen analyseren.

Dan het element gedrag. Verpleegkundigen in opleiding observeerden moeder en kind tijdens het buidelen. Ze beschreven dat kinderen dan kalm waren en vaak in diepe slaap en de moeders bevestigden dat. Ze gaven aan dat hun kind bij het buidelen rustiger was dan in de couveuse en dat het hun moedergevoel en de hechting versterkte. De onderzoekster wilde daarom in het promotieproject ook nog proberen om het positieve effect van buidelen na te bootsen.

Daarvoor was het echter belangrijk om eerst de negatieve effecten van een niet optimale ouder-kind hechting in kaart te brengen aan de hand van een literatuur review. De conclusie: de impact van een slechte hechting is enorm. Uit dierstudies blijkt bijv. dat het hersenvolume van rattenpups significant afneemt als zij minder dan normaal gelikt en geknuffeld worden door hun moeder. Uit klinische studies blijkt dat de elektro-encefalogram (eeg) registratie van prematuren met wie veel gebuideld is meer lijkt op die van voldragen kinderen, dan die van prematuren met wie weinig tot niet gebuideld is.

De onderzoekster wilde laten zien dat ook de mate van hechting vóór de geboorte al invloed heeft op de groei en bloei van een kind. Aan moeders werd gevraagd om punten te geven aan de door hun ervaren hechting van voor de geboorte en ook aan het door hen ervaren huilgedrag van hun kind. Er bleek een significante relatie te zijn: elk punt meer bij de hechtingsscore van voor de geboorte reduceerde het risico op het rapporteren van overmatig huilgedrag met 14%. Deze bevindingen ondersteunen het streven om de ouder-kind hechting te optimaliseren.

Applicaties om de ouder-kind hechting te verbeteren

Studenten van de Technische Universiteit Eindhoven kregen daarom de opdracht om applicaties te ontwikkelen die de ouder-kind hechting zouden kunnen verbeteren. Er werden twee applicaties uitgekozen om onderzoek mee te doen. Ten eerste: een niet door de TU ontwikkeld couveusematras dat de ademhalingsbewegingen van de borstkas en de geluiden van het hartritme na kan doen: de BabyBe. En ten tweede de door studenten van de TU/e ontwikkelde Hugsy: een couveusedeken die kinderen in de couveuse blootstelt aan de warmte, geur en hartslag van hun ouders.

Vervolgens werd bij twintig prematuren het standaard couveusematras vervangen door de BabyBe. Na elke buidelsessie werd de BabyBe gedurende anderhalf uur aangezet. Tijdens het buidelen daalde de hartritme variabiliteit van het kind direct. Als het kind op de BabyBe lag, liet de variabiliteit een dalende trend zien, maar dit was niet significant.

In een andere studie werden de dagen waarop óf de BabyBe óf de Hugsy gebruikt werd vergeleken met controledagen. In de groep kinderen met de BabyBe, stond op BabyBe-dagen het matras 24 uur aan en op controledagen stond die helemaal uit. In de groep kinderen met de Hugsy-deken, lag op Hugsy-dagen de deken in de couveuse én er werd mee gebuideld zodat de Hugsy de geur en warmte van de ouders absorbeerde. Ook werd het hartritme van de moeder eenmalig opgenomen en na elke buidelsessie afgespeeld.

Uit dit onderzoek bleek dat er geen significante verschillen waren in hartritme variabiliteit. Wat echter wel te zien was, was dat de variabiliteit na de stressvolle transfer van borst naar couveuse eerder terug was op het niveau van vóór de transfer bij gebruik van de BabyBe of de Hugsy. Het lijkt er dus op dat technologische applicaties van waarde kunnen zijn bij het verbeteren van de ouder-kind hechting op een NICU.

Conclusie

Hechting is het proces van co-regulatie en bepaalde aspecten daarvan kunnen worden gemeten tijdens het buidelen, omdat dit de regulatie beïnvloedt. Dat inzicht biedt mogelijkheden om de hechting op NICU’s te verbeteren; slimme technologieën zouden bijvoorbeeld meetbaar een bijdrage kunnen leveren. Overduidelijk is echter dat het verlengen van de tijd dat er daadwerkelijk gebuideld wordt de meest effectieve manier is om de ouder-kind hechting te verbeteren.

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0