It takes a village to raise a child!

Maart 2014: mijn tweede relatie gaat uit omdat ik wel een kinderwens heb en mijn ex-partner niet. Ik ben dan 38 jaar. Ik schrijf me in bij een spermabank. Na een wachttijd van anderhalf jaar krijg ik toch nog onverwacht de oproep om van start te gaan met het zwanger proberen te worden. Ik krijg twee maanden extra bedenktijd waarin het me lukt om mijn droombeeld ‘man en kind’ los te laten. Nu ben ik klaar om ervoor te gaan.  

Maart 2017: weer anderhalf jaar, acht pogingen en een switch van donor verder (inmiddels is het een bekende donor geworden), is het zover: ik ben zwanger! Net als ik, zijn mijn familie (ouders, zus, twee broers, hun partners en kinderen) en vrienden door het dolle heen. Ze weten hoe groot mijn verlangen is om moeder te worden en staan voor honderd procent achter me.

Ik vraag mijn zus om bij mijn bevalling te zijn en ik geef ons samen op voor een cursus hypnobirthing voor als ik zeven maanden zwanger ben. Mijn zwangerschap verloopt voorspoedig en ik ben trots op mijn groeiende buik. Ondertussen koop ik nog ‘even’ een huis, waarvan ik vijf weken voor mijn uitgerekende datum de sleutel zal krijgen. Een mooie timing, vind ik zelf.

Donderdag 7 september 2017: ik ben de hele week al niet vooruit te branden en op deze donderdag verlies ik een beetje oud bloed. Ik ben inmiddels 29 weken en twee dagen zwanger. Ik bel de verloskundige en meld haar dat ik ook wat krampen heb. Ik besluit er een rustige avond van te maken, ga lekker in bad en vraag mijn zus of zij (ook) last had van voorweeën bij haar zwangerschappen.

Na een prima nacht word ik wakker en weet: vandaag moet ik langs de verloskundige. In de loop van de ochtend verhevigen de krampen zich en voeg ik hieraan toe: en naar het ziekenhuis. Ik pak een rugzak in, doe hier babykleertjes bij (maatje 50) en vraag mijn ouders om paraat te staan om me zo nodig naar het ziekenhuis te rijden. Bij de verloskundige is het duidelijk: op naar het academische ziekenhuis*. Mijn ouders komen me halen en ik zit al puffend op de achterbank van hun auto.

Na een analyse in het ziekenhuis vertelt de arts me dat de kans vijftig procent is dat ik nu aan het begin sta van mijn bevalling. Het advies is om aan de weeënremmers en longrijpers (twee injecties met elk een doorwerktijd van een uur) te gaan. Ik besluit me over te geven, dit is een situatie die ik zelf niet onder controle heb.

Ondertussen is de rest van mijn familie opgetrommeld en worden de ziekenhuisbezoekjes verdeeld. De weeënremmers en longrijpers doen godzijdank goed hun werk. De krampen komen er echter al snel weer doorheen en in de nacht van zondag 10 op maandag 11 september word ik bang: wat als mijn kindje toch echt komt? Ik stuur een nachtelijk berichtje naar een vriendin en dit lucht voldoende op om te kunnen slapen.

Op maandagochtend 11 september volgt het ‘goede’ nieuws: ik mag naar huis. Zelf zie ik dat echter helemaal niet zitten aangezien ik in toenemende mate pijn heb. Mijn zus besluit vanuit haar werk naar het ziekenhuis te komen en arriveert precies op tijd. Even later stelt men vast dat ik ontsluiting heb en ik word naar de verloskamer gebracht. Daar volgen drie pittige uren waarin mijn zus mij ondersteunt terwijl ze ondertussen de rest van mijn familieleden op de hoogte houdt. Na 29 weken en zes dagen zwangerschap wordt om 16.59 uur mijn prachtige zoon Stan geboren. Hij weegt 1.555 gram en is 42 cm lang.

Lange weken in het ziekenhuis volgen. Stan verblijft al met al vijftig nachtjes in drie verschillende ziekenhuizen: van de NICU in het academische ziekenhuis naar de High Care in het streekziekenhuis en de laatste drie weken slapen wij samen in een moeder- en kindsuite in weer een ander streekziekenhuis. Mijn zus neemt twee weken verlof op van haar werk en fungeert als ‘de partner van’.

Ondertussen is er een heel netwerk aan zorg rondom Stan en mij opgetuigd: een haal- en brengservice van en naar het ziekenhuis, een maaltijdservice, een huishoudservice (boodschappen doen, wasjes draaien, schoonmaken) en een shoppingservice (van kolfapparaat tot minikleertjes en een couveuseboekje). Ook het afsluiten van een hypotheek, het laatste inpakwerk, de verhuizing en het kluswerk wordt van me overgenomen. Het is een groot goed dat ik op deze manier het grootste deel van mijn energie in Stan kan steken.

Vrienden en collega’s houd ik op de hoogte door een verzendlijst in WhatsApp te gebruiken en af en toe lukt het me om iemand te bellen. Het doet me goed dat zoveel mensen met ons meeleven: ik ontvang letterlijk (bijvoorbeeld van mijn collega’s een enorme kraammand) en figuurlijk (mentale ondersteuning) veel. Nadat ik langzamerhand uit de overlevingsstand raak, vind ik het fijn om op de hoogte te blijven van wat anderen bezighoudt. Zo blijf ik me verbonden voelen.

Op 31 oktober 2017 vier ik mijn 42ste verjaardag en die dag is het zover: Stan mag naar huis! Het wordt een verjaardag om nooit te vergeten, mede omdat we op die dag ook nog eens samen ons nieuwe huis betrekken. Stan krijgt een mooie ontslagbrief mee vanuit het ziekenhuis, waarin onder meer staat: “Moeder is alleenstaand. Heeft een goed netwerk. Ze verzorgt Stan zelfstandig. Is tijdens de opname van Stan verhuisd. Heeft thuis alles op orde”.

De eerste periode thuis is pittig. Stan kan niet vacuümzuigen, waardoor hij niet uit de borst kan drinken en ook uit een flesje drinken (in eerste instantie afgekolfde melk) is niet makkelijk voor hem. Gelukkig gaat thuis de serviceverlening van familieleden door. Ze vergezellen Stan en mij bij ziekenhuisbezoeken, blijven ondersteunen in het huishouden, geven flesjes en draaien zelfs ‘nachtdiensten’ zodat ik de broodnodige extra uurtjes kan slapen.

Bovendien passen familieleden en vrienden geregeld op en zo kan ik de start van de kinderopvang uitstellen tot na de winter als Stan acht à negen maanden oud is. Een aantal vrienden komt regelmatig koken, wat voor mij een
win-winsituatie is van én lekker eten én mijn verhaal kwijt kunnen.

11 augustus 2018: vandaag is Stan elf maanden oud (gecorrigeerd achtenhalve maand). Over een maand viert hij alweer zijn eerste verjaardag! Het gaat hartstikke goed met hem. We zijn zelfs al samen op vakantie geweest en dat was volop genieten. Nu het thuis aardig op rolletjes loopt, zet ik de hulp vanuit familie en vrienden ook in voor dingen die mij voeden, zoals een afspraak met vrienden, sporten of voor een borrel met collega’s.

Vooral het huis van mijn ouders is een tweede thuis voor Stan. Ik besef dat het blijven uitreiken naar anderen en het blijven openstaan voor hulp dingen zijn die bij uitstek passen bij het solomoederschap van mijn lieve, grote, kleine Stan. Of, zoals een Afrikaanse gezegde het zo mooi verwoordt: “It takes a village to raise a child”. In mijn eentje zorgen voor Stan kan ik niet en dat hoeft ook niet.

 

Reacties

reacties

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
Donatiebedrag in €:
0