Kwaliteitscriteria Neokeurmerkprogramma

van de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen (VOC)

Regie en betrokkenheid

1: Regie en betrokkenheid bij de zorg

Ouders maken zelf keuzes ten aanzien van behandeling en zorg. De zorgverlener geeft hen de ruimte en informatie om zoveel mogelijk eigen regie te voeren.

  1. Ouders plannen (zoveel mogelijk) de zorg voor hun kind en worden daarbij ondersteund door de verpleegkundigen:
    1. Activiteiten worden in overleg met ouders gepland en uitgevoerd, er worden afspraken gemaakt over de behandeling en zorg;
    2. Afspraken met verantwoordelijke arts en verpleegkundige worden vastgelegd in het zorgplan;
    3. Zorgverleners houden bij de planning van onderzoeken en ingrepen rekening met de (on-)mogelijkheden van ouders om aanwezig te zijn;
  2. Ouders zijn onderdeel van mijlpalen; het eerste flesje, het eerste badje, eerste keer kleertjes etcetera;
  3. Zorgverleners respecteren de verschillende/diverse culturele normen en waarden van ouders;
  4. Ouders zijn de meest constante observator bij hun kind. Hun bevindingen worden serieus genomen en op hun signalen wordt gereageerd;
    1. Signalen en bevindingen van ouders worden vastgelegd in het verpleegkundig dossier.
Recht op informatie

2: Recht op adequate informatie

Ouders hebben de beschikking over alle informatie:

  • die hen in staat stelt om deel te nemen aan het proces tot besluitvorming;
  • die hen in staat stelt om deel te nemen aan de verzorging;
  • die hen helpt een band op te bouwen met hun kind.

De communicatie tussen ouders en het behandelteam is eerlijk, zorgvuldig en volledig.

  1. Ouders zijn op de hoogte van de toestand van hun kind:
    1. Er is een vast aanspreekpunt (bijvoorbeeld een eerst verantwoordelijke verpleegkundige) voor de ouders met betrekking tot de zorgverlening. Hij/zij is ook verantwoordelijk voor de continuïteit van de zorg;
    2. Er is regelmatig (minstens 1 x per week) een gesprek met de verpleegkundige die verantwoordelijk is voor de continuïteit van de zorg en de verantwoordelijke arts;
    3. Structurele gesprekken met de verpleegkundige die verantwoordelijk is voor de continuïteit en diverse andere gesprekken maken deel uit van het zorgplan en worden gerapporteerd;
    4. Ouders weten wanneer er over hun kind gesproken wordt;
    5. Ouders zijn als zij dat willen zoveel mogelijk bij overleg aanwezig;
    6. Ouders zijn op de hoogte van aard en tijd van onderzoek bij hun kind(eren) en daarbij worden afspraken gemaakt over wanneer zij geïnformeerd worden over de uitslag;
    7. Ouders krijgen informatie over het medisch en verpleegkundig dossier en mogen die inzien;
    8. Informatie en rapportages zijn in begrijpelijke taal gesteld;
    9. Gegeven informatie is eenduidig en niet tegenstrijdig.
  2. Ouders hebben toegang tot voor hen relevante informatie:
    1. Er zijn audiovisuele middelen en een internetaansluiting aanwezig ter informatie;
    2. Er zijn folders met relevante informatie op een toegankelijke plaats;
    3. Er zijn relevante boeken op de afdeling aanwezig en er wordt verwezen naar websites.
    4. Ouders worden gewezen op het bestaan van patiënten- en ouderorganisaties die hen kunnen ondersteunen.
  3. Aanstaande ouders bij wie vroeggeboorte en/of complicaties dreigen, maken kennis met de afdeling neonatologie.
  4. Aanstaande ouders, bij wie vroeggeboorte en/of complicaties dreigen, hebben voor de bevalling een gesprek met een arts om hen te informeren over wat zij tijdens en na de bevalling kunnen verwachten. (prenatale counseling)
  5. Namens de neonatologieadeling onderhoudt iemand het contact met de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen.
Effectieve zorg

3: Effectieve zorg

Premature, SGA en zieke pasgeborenen worden behandeld en verzorgd door artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners die gespecialiseerd zijn in de behandeling van en de zorg voor deze groep kinderen en hun ouders.

3a Familiegerichte zorg

De zorg voor pasgeborenen is familiegericht, de relatie tussen het kind en zijn familie wordt gerespecteerd en het tot stand komen van een goede band tussen ouders en pasgeborene wordt gestimuleerd en ondersteund.

De pasgeborene is een onlosmakelijk deel van het gezin, de familie en vriendenkring.

Wat betreft de band tussen de pasgeborene en zijn familie...
  1. Interactie tussen de ouders en de pasgeborene wordt gestimuleerd:
    1. Ouders krijgen alle informatie over het opbouwen van een band met hun kind en worden daarin ondersteund;
    2. De moeder die is opgenomen, maar niet bij haar kind op de kamer ligt, mag altijd naar haar kind toe. Zij wordt daarin gestimuleerd en ondersteund;
    3. Als een moeder niet naar haar kind kan, wordt het kind naar de moeder gebracht wanneer de gezondheidstoestand van het kind dit toelaat;
  2. Broers en zussen worden in overleg met de ouders betrokken bij de zorgverlening:
    1. Broers en zussen zijn welkom op de neonatologieafdeling (tenzij ze een besmettelijke infectie hebben);
    2. Broers en zussen krijgen in overleg met de ouders informatie over te vroeg, SGA en/of ziek geboren kinderen;
  3. Ouders kunnen anderen (derden) inschakelen in de zorg:
    1. Ouders bepalen welke naasten voor hen van belang zijn in deze fase en deze
      mensen zijn derhalve welkom op de afdeling.
Wat betreft de aanwezigheid van ouders...
  1. Ouders worden gestimuleerd continu bij hun kind aanwezig te zijn, ook tijdens visite, overdracht, onderzoeken en ingrepen;
    1. Het belang van hun aanwezigheid wordt aan de ouders uitgelegd;
    2. Moeder en partner mogen de hele dag/nacht bij hun kind aanwezig zijn (uitzondering is wanneer er geopereerd wordt op de afdeling);
    3. Ouders kunnen altijd overnachten;
    4. Ouders mogen altijd bellen.
Wat betreft privacy...
  1. De afdeling/het centrum biedt privacy aan het kind en het gezin;
    1. Ouders kunnen niet meeluisteren met gesprekken die niet gaan over hun eigen kind;
    2. Wanneer niet in een couveusesuite/familiekamer kan worden voorzien, geldt:
      1. Gesprekken met ouders vinden in een aparte kamer plaats;
      2. Het bed van het kind kan worden afgeschermd;
      3. Er is een aparte ruimte beschikbaar waar ouders hun kind kunnen verzorgen, borstvoeding kunnen geven en waar zij kunnen kangoeroeën;
    3. Het couveusedagboekje is privébezit van de ouders.
Wat betreft meerlingen...
  1. Bij een meerlingopname worden de kinderen naast elkaar verpleegd;
  2. In overleg met ouders van meerlingen worden hun kinderen gezamenlijk in één couveuse of bed verpleegd (co-bedding), rekening houdend met de conditie van het kind en op voorwaarde dat de richtlijn preventie wiegendood niet geschonden wordt:
    1. Er wordt gewerkt volgens een protocol waarin de conditionele criteria om te co-bedden beschreven staan;
    2. Wanneer meerlingen niet kunnen co-bedden (vanwege klinische condities of omdat door ouders co-bedden niet op prijs wordt gesteld), wordt hierover gerapporteerd.
Wat betreft kangoeroeën...
  1. Ouders kunnen zoveel en zo lang als zij willen kangoeroeën (buidelen, huid-op-huid contact hebben) met hun kind:
    1. Er wordt gewerkt volgens een protocol waarin de conditionele criteria om te kangoeroeën beschreven staan, inclusief de mogelijkheden tot het vroege kangoeroeën en continue kangoeroeën;
    2. Als vanwege klinische condities niet gekangoeroed kan worden wordt hierover gerapporteerd;
    3. Ouders mogen hun kind zelf uit de couveuse halen en bij zich leggen, hen wordt uitgelegd hoe ze dat op een veilige en comfortabele manier kunnen doen;
    4. Voorwaarden voor kangoeroeën: comfortabele stoel, privacy, dimbaar licht, geluidsbeperkingen en warmte zijn aanwezig.
Wat betreft borstvoeding...
  1. Borstvoeding is een belangrijk onderdeel op de afdeling:
    1. De afdeling heeft/werkt actief aan het verkrijgen van het certificaat Borstvoedingvriendelijk ziekenhuis;
    2. Een moeder kan kolven in aanwezigheid van haar kind op de neonatologieafdeling;
    3. Een prematurenschijf/of cirkel borstvoeding wordt toegepast;
    4. Een moeder kan gebruik maken van een kolfkamer;
    5. Aan de kraamafdeling is een lactatiekundige verbonden die de kraamvrouwen begeleidt bij de borstvoeding;
    6. Ouders die ervoor kiezen om geen borstvoeding te geven of bij wie borstvoeding geven niet lukt, voelen zich gesteund bij het geven van de fles.
Wat betreft voorzieningen...
  1. Er wordt rekening gehouden met de specifieke behoeften van het kind en de ouders (het gezin).
  2. De afdeling biedt comfort aan de ouders en gezinsleden die aanwezig zijn:
    1. Er zijn sanitaire voorzieningen binnen de afdeling voor ouders en bezoekers beschikbaar waarvan er tenminste één rolstoeltoegankelijk is;
    2. Er is een specifiek ingerichte ouder/bezoekersruimte met comfortabele stoelen en tafels om aan te eten;
    3. Er is een ruimte op de afdeling waar ouders kunnen zitten/ontspannen en waar broertjes of zusjes of kinderen van bezoek kunnen spelen;
    4. Voor ouders en bezoekers zijn kluisjes aanwezig zodat zij geen spullen mee op de afdeling hoeven nemen;
    5. Er wordt de ouders drinken aangeboden wanneer zij op de afdeling neonatologie verblijven;
    6. Er zijn een koelkast en magnetron aanwezig waar ouders gebruik van kunnen maken;
    7. Er is een aankleedtafel voor oudere broers/zusjes;
    8. Er zijn audiovisuele middelen en een internetaansluiting aanwezig ter ontspanning, afleiding en ten behoeve van communicatie;
  3. Ouders kunnen videobeelden van hun kind op de kraamafdeling en/of thuis ontvangen:
    1. De werkwijze is vastgelegd en de privacy wordt gegarandeerd.

3b Ontwikkelingsgerichte zorg

De zorg voor pasgeborenen is gericht op ondersteuning van de ontwikkeling van het kind.

Afstemming van de zorg op het kind...
  1. De afdeling voert een actief beleid dat er op gericht is de omgeving en zorgverlening aan te passen aan het ontwikkelingsniveau van het individuele kind:
    1. Het bed en de bedomgeving worden aangepast aan de ontwikkeling en het ziek-zijn van het kind;
    2. Behandelingen en onderzoeken worden aangepast aan de fysieke, sociale en emotionele ontwikkeling van het kind;
    3. Verzorgende handelingen worden in het ziekenhuis uitgevoerd op een tijdstip dat dit thuis ook zou gebeuren;
    4. Het normale slaap-/waakritme van ieder opgenomen kind wordt nagestreefd en ondersteund voor zover passend bij de ontwikkeling;
Scholing van medewerkers...
  1. Voor ouders is er begeleiding van OGZ-(NIDCAP)- getrainde zorgverleners:
    1. Op de afdeling zijn OGZ-getrainde zorgverleners aanwezig (NIDCAP- of OGZ-bijgeschoolde zorgverleners);
    2. De afdeling maakt gebruik van cyclische scholing van zorgverleners op het gebied van OGZ.
Voorkomen van stress, pijn en lichamelijk ongemak...
  1. De afdeling voert een actief beleid dat erop gericht is het comfort van het kind te ondersteunen en te vergroten en pijn, stress en lichamelijk ongemak te voorkomen en te beperken:
    1. Ieder kind wordt beschermd tegen overbodige (be-)handelingen en onderzoeken (noodzaak en rendement van de behandelingen worden individueel afgewogen). Protocollair uitzuigen, starre voedingsschema’s en routinematige bloedafname zijn ongewenst;
    2. Er wordt gewerkt volgens protocollen/werkafspraken die de ontwikkeling en het welzijn van het kind als speerpunt hebben en waarbij actief pijn stress en ander ongemak worden voorkomen;
    3. Er wordt gewerkt met een gevalideerd meetinstrument om pijn/stress te meten, gekoppeld aan een flowschema dat voorziet in uit te voeren interventies (waaronder ondersteunende zelfregulatie);
    4. Er worden farmacologische en niet-farmacologische middelen gebruikt om pijn te voorkomen; zoals huidverdovende zalf, sucrose en zuigen, voorverwarmen van de hiel voor het prikken, moedermelk (bij voorkeur aan de borst) etcetera;
    5. Er wordt voor het kind adequaat gebruik gemaakt van houdingsondersteunende en begrenzende hulpmiddelen;
    6. Bij verzorging wordt flexiehouding van het kind ondersteund en in stand gehouden;
    7. Ouders worden actief geïnformeerd en geïnstrueerd over stress- en pijnreductie;
    8. Tijdens de zorgverlening worden indien nodig momenten van rust ingebouwd;
    9. De verzorgende handen bewegen rustig;
  2. Ouders steunen hun kind /hebben de mogelijkheid hun kind te ondersteunen bij het ondergaan van al dan niet pijnlijke onderzoeken en handelingen (de ouders worden daarbij gecoached door de eerst verantwoordelijke verpleegkundige):
    1. Bij afwezigheid van de ouders wordt het kind bij onderzoeken of ingrepen die niet uitgesteld kunnen worden ondersteund door een zo vertrouwd mogelijke verpleegkundige.
Lichaamstaal...
  1. Ouders worden begeleid bij het leren kennen van hun kind en de lichaamstaal van hun kind; zij leren hoe ze signalen van stress en stabiliteit kunnen herkennen en op welke manier ze hierop kunnen reageren om hun kind te ondersteunen in zijn ontwikkeling:
    1. Ouders krijgen uitleg over de ontwikkelingsfasen van hun kind;
    2. Ouders leren hoe hun kind op dat moment met omgevingsprikkels omgaat;
    3. Ouders zien hoe hun kind toenadering zoekt en wanneer een kind overprikkeld raakt;
    4. Rapportages over het kind en zijn interactiemogelijkheden worden door ouders of samen met de ouders geschreven;
    5. Lichaamstaal is een continu onderwerp van gesprek met ouders tijdens en na de behandeling en verzorging;
    6. Er is informatiemateriaal over lichaamstaal aanwezig voor ouders.
Geluid (prikkelarm klimaat)...

Klimaat en omgeving dienen prikkelarm te zijn wat betreft geluid, licht en temperatuur; op de afdeling worden licht en geluidsbeperkende maatregelen genomen en de temperatuur is regelbaar.

  1. In de omgeving van de couveuses wordt alle geluid zoveel mogelijk gedempt zodat het kind zo min mogelijk last heeft van piekgeluiden maar ook zodat de zorgverleners in een rustige omgeving werken:
    1. Van geluidsproducerende/alarmerende apparatuur wordt het geluidsniveau zo laag mogelijk afgesteld zonder de veiligheid geweld aan te doen;
    2. Er worden 24-uurs db metingen uitgevoerd;
    3. Telefoons staan op een aanvaardbaar volume of op de trilstand;
    4. Andere dan voor de zorg noodzakelijke geluidsproducerende apparatuur bevindt zich niet in patiëntenruimten;
    5. Ruimten worden bij voorkeur afgesloten met een schuifdeur of automatische deur. Als deze niet aanwezig zijn dan zijn de duren voorzien van een geluidsarme sluiting en dempers;
    6. Kasten en laden zijn voorzien van geluidsdempers of een geluidsarme sluiting;
    7. Er wordt alleen schoeisel gedragen met zachte zolen;
    8. De couveuse wordt niet als tafel gebruikt.
Licht (prikkelarm klimaat)...

Klimaat en omgeving dienen prikkelarm te zijn wat betreft geluid, licht en temperatuur; op de afdeling worden licht en geluidsbeperkende maatregelen genomen en de temperatuur is regelbaar.

  1. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten licht (bijvoorbeeld daglichtlampen, licht dat ondersteunend is aan het bioritme) die niet schadelijk zijn voor het kind en welke aan te passen zijn aan de behoeften van het kind:
    1. Er worden per kind afspraken gemaakt en vastgelegd over lichtgebruik;
    2. Het kind wordt voornamelijk blootgesteld aan daglicht en bij afwezigheid hiervan aan indirect dimbaar licht;
    3. Bij fototherapie wordt gebruik gemaakt van een lokale lichtbron die alleen gericht is op het kind zonder licht te strooien naar de omgeving. Omringende kinderen worden beschermd tegen het licht;
    4. De couveuse is afgedekt met een licht- en geluidsafschermende couveusehoes of kap, die de gehele koepel van de couveuse bedekt;
    5. Ouders zijn geïnformeerd over de mogelijkheid een eigen doek mee te brengen om de couveuse mee af te dekken;
    6. Er worden maatregelen genomen om lichtinval te beperken bij het openen van de hoes of doek die over de couveuse ligt (ogen/gezicht worden afgedekt, kunstlicht uitgezet);
    7. De verlichting is voorzien van dimmers;
    8. De ramen zijn voorzien van op de afdeling aanpasbare zonwerende materialen.
Temperatuur (prikkelarm klimaat)...

Klimaat en omgeving dienen prikkelarm te zijn wat betreft geluid, licht en temperatuur; op de afdeling worden licht en geluidsbeperkende maatregelen genomen en de temperatuur is regelbaar.

  1. De verzorgingsplekken beschikken over een warmtebron ter ondersteuning van de temperatuur van het kind tijdens onderzoek, het verschonen en badderen;
  2. De temperatuur is constant en regelbaar.
Psychosociale zorg

4: Psychosociale zorg

De zorgverlener peilt bij de ouders de behoefte aan ondersteuning en biedt zo nodig ondersteuning of verwijst door.

  1. Ouders hebben de mogelijkheid om beroep te doen op maatschappelijke, levensbeschouwelijke en/of psychosociale hulpverlening:
    1. Aan de afdeling is een maatschappelijk werkende verbonden;
    2. Ouders worden geïnformeerd over de mogelijkheden (en maken vervolgens zelf de keuze of ze hier gebruik van willen maken);
    3. De afdeling beschikt over adressen van zorgverleners (en verwijst actief door).
Nazorg, overplaatsing

5: Nazorg (overplaatsing en ontslag)

Overplaatsing of ontslag van een pasgeborene gebeurt in overleg met de ouders. De zorg voor de premature, SGA of zieke pasgeborenen omvat ook nazorg ten behoeve van vroegsignalering.

Overplaatsing

  1. Ouders krijgen tijdig informatie over de nieuw te ontstane situatie:
    1. Voor overplaatsing vindt (minimaal een dag van tevoren) een gesprek plaats met de kinderarts en de (eerstverantwoordelijke) verpleegkundige;
    2. In dit gesprek wordt de ziekenhuisperiode geëvalueerd (zie 8);
    3. Met de ouders worden zo nodig de mogelijke ziekenhuizen waar het kind naar overgeplaatst kan worden besproken zodat: ouders daar (ruim) voor overplaatsing kunnen gaan kijken;
    4. Het tijdstip van overplaatsing wordt zo nauwkeurig mogelijk afgesproken zodat ouders aanwezig kunnen zijn bij het transport naar het andere ziekenhuis.
    5. Eén van de ouders wordt de gelegenheid geboden mee te reizen in de ambulance ter ondersteuning van hun kind.

Ontslag

  1. Ouders krijgen tijdig informatie over de nieuw te ontstane situatie:
    1. Voor ontslag vindt (minimaal één dag van tevoren) een gesprek plaats met de kinderarts en de (eerst verantwoordelijke) verpleegkundige;
    2. In dit gesprek wordt de ziekenhuisperiode geëvalueerd (zie 8);
  2. Ouders wordt de mogelijkheid geboden om hun kind met sondevoeding naast de borstvoeding of fles mee naar huis te laten gaan;
  3. Voor ontslag kunnen ouders 24 uur in-roomen bij hun kind om voorbereid te zijn op de nieuwe situatie; om te ervaren hoe hun kind zich ‘s nachts gedraagt zodat zij weten en voelen dat ze alle uren van de dag voor hun kind kunnen zorgen;
  4. Ouders krijgen praktische informatie over de eerste periode thuis:
    1. Ouders krijgen een telefoonnummer waar ze tot het eerste polikliniekbezoek 24 uur per dag terecht kunnen met hun vragen en onzekerheden;
    2. Ouders weten waar ze thuis op moeten letten en hebben daarover schriftelijke informatie meegekregen;
    3. Ouders weten wat ze moeten doen/welke route er gevolgd moet worden wanneer hun kind na ontslag ziek wordt.

Nazorg

  1. Er is na ontslag extra aandacht voor zieke, prematuur of dysmatuur geboren kinderen en hun ouders ten behoeve van vroegsignalering bij het gezin voor (potentiële) problematiek op lichamelijk, psychosociaal, relationeel en maatschappelijk gebied door middel van een speciale polikliniek, huisbezoek of nazorgbureau;
  2. Er zijn mogelijkheden voor ouders om met andere ouders terug te blikken op de opname (terugkomavonden).
Continuïteit van zorg

6: Continuïteit van zorg

Pasgeborenen worden zoveel mogelijk door dezelfde hulpverleners verzorgd en behandeld. De ouders ervaren zorg en behandeling als continuüm.

  1. De afdeling stelt een vast behandelteam van artsen en verpleegkundigen rondom een kind en zijn familie samen zodat de dagelijkse zorg (in samenspraak met ouders) wordt uitgevoerd door een zo beperkt mogelijk aantal zorgverleners:
    1. De continuïteit van zorg wordt ondersteund door adequate rapportage en overdracht tussen diverse disciplines en diensten.
Veilige zorg

7: Veilige zorg

Ouders ervaren de (behandel-)omgeving als veilig.

  1. Verpleegkundigen hebben direct toezicht op het welzijn van het kind door directe aanwezigheid of via een bewakingssysteem met overzichtsmonitor, intercom, en alarm opvolgsysteem:
    1. Op alarmerende monitoren of apparatuur wordt direct gereageerd door de zorgverlener;
    2. Ouders kunnen gebruik maken van een verpleegkundig oproepsysteem dat onderscheid kan maken tussen een gewone zorgvraag of een spoedvraag;
    3. De afdeling is niet toegankelijk voor onbevoegden.
Kwaliteit

8: Kwaliteit

Ouders ervaren een verbetercultuur op de afdeling.

  1. De afdeling doet structureel onderzoek naar de ervaringen van ouders en gebruikt deze om de zorg te verbeteren:
    1. De afdeling gebruikt de uitkomsten van het onderzoek ten behoeve van het Neokeurmerkprogramma om de zorg te verbeteren;
    2. De zorg wordt regelmatig met ouders geëvalueerd.
  2. Ouders worden geïnformeerd over (bijna-)incidenten die betrekking hebben op hun kind;
  3. Ouders kunnen hun opmerkingen en klachten uiten zonder angst over de mogelijke gevolgen voor de kwaliteit van de zorg voor hun kind en kunnen erop vertrouwen dat gepaste maatregelen worden genomen;
  4. Klachten en incidenten leiden tot verbeteringen en ouders worden op de hoogte gebracht van de genomen maatregelen.

Waar zijn de criteria op gebaseerd?

De kwaliteitscriteria zijn het product van een zorgvuldig proces van onderzoek en overleg.

Een groep ouders heeft samen met verpleegkundigen en neonatologen een aantal voorwaarden geformuleerd waar de zorg op neonatologieafdelingen volgens hen aan zou moeten voldoen. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van een aantal bronnen.

Onderzoek

De VOC heeft een tweetal onderzoeken uitgevoerd onder ouders van kinderen die opgenomen zijn geweest op een afdeling neonatologie. Hen is gevraagd wat zij belangrijk vinden in de zorg voor hun kinderen en waar de zorg verbeterd zou moeten worden. Het betreft een onderzoek van TNO in samenwerking met de VOC van dr. Sylvia van der Pal (2009) ‘In gesprek met ouders over de (na)zorg voor hun te vroeg geboren kind’ en een onderzoek van Nienke Reuselaars in opdracht van de VOC (eveneens 2009) ‘Neokeurmerk, een kwaliteitskeurmerk voor de afdeling Neonatologie’ (afstudeerscriptie Noordelijke Hogeschool Leeuwarden).

Aanbevelingen EFCNI

Niet alleen in Nederland vragen patiënten-/ouderverenigingen aandacht voor de behoeften van deze kinderen en hun gezinsleden. In Europa hebben organisaties van ouders, verenigd in de EFCNI (European Foundation for the Care of Newborn Infants), in een zogenaamde call to action 10 aanbevelingen gedaan aan het Europese parlement. Deze call to action is in Nederland ook aan de leden van de Tweede Kamer aangeboden. Met deze aanbevelingen kunnen beleidsmakers de kwaliteit van de zorg voor moeders en (te vroeg en ziek geboren) kinderen verbeteren. In onze kwaliteitscriteria is rekening gehouden met deze aanbevelingen.

Resolutie ‘EACH’

De European Association for Children in Hospital (EACH) heeft in een resolutie extra aandacht gevraagd voor de zorg aan pasgeborenen in ziekenhuizen.

Deze resolutie over pasgeborenen geeft een nadere uitwerking van de punten uit het handvest ‘Kind en Ziekenhuis’ die in het bijzonder bij de zorg aan baby’s in het ziekenhuis aandacht verdienen.

De resolutie is in overeenstemming met het ‘Verdrag inzake de rechten van het kind’ van de Verenigde Naties en is onderschreven door tal van organisaties, waaronder de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen), de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en V&VN Kinderverpleegkunde.

Gezins- en ontwikkelingsgerichte zorg

Zowel de EFCNI call to action als de EACH-resolutie voor pasgeborenen gaan in hun aanbevelingen uit van gezinsgerichte- en ontwikkelingsgerichte zorg. Deze twee manieren van zorgverlening waarvan de eerste kort gezegd uitgaat van samenwerking tussen patiënten, inclusief hun families en zorgverleners en de tweede zich richt op comfort, stabiliteit en het verminderen van stress zijn in de kwaliteitscriteria nadrukkelijk opgenomen als eis voor kwalitatief goede zorg.

Voor ouders

Heb je of krijg je binnenkort een kindje dat op afdeling Neonatologie of een NICU wordt opgenomen? Je staat er niet alleen voor!

lees meer

Voor familie en vrienden

Een kraamvisite in het ziekenhuis gaat anders dan je gewend bent. We geven je graag wat tips en kadoideeën.

lees meer

Voor professionals

We bundelen onze krachten met zorgverleners in het Neokeurmerk. Hiermee maakt je ziekenhuis of afdeling inzichtelijk hoe hoog de kwaliteit van zorg is. Bezoek de speciale website voor meer informatie.

lees meer
0